Steeds meer Nederlandse steden voeren strengere nul-emissiezones in om de luchtkwaliteit merkbaar te verbeteren en de CO₂-uitstoot fors terug te dringen. Hoewel het op papier een goed initiatief lijkt, blijkt het in de praktijk een grote en lastige uitdaging te zijn voor veel kleine zelfstandigen. Dit komt door de financiële investeringen die nodig zijn om hun voertuigen te vervangen door schonere alternatieven en de beperkingen die deze nieuwe regels met zich meebrengen voor hun bedrijfsvoering.
Loodgieter Jan uit Rotterdam, die al ruim twintig jaar met zijn vertrouwde bestelbus werkt en dagelijks van klus naar klus rijdt, wordt helaas geconfronteerd met nieuwe regels die hem verhinderen het stadscentrum in te rijden. Ondanks zijn jarenlange ervaring en zijn goed onderhouden dieselbus uit 2016, beperkt deze beperking zijn efficiëntie en bereikbaarheid, waardoor hij gedwongen wordt zijn werkzaamheden aan te passen.

Volgens Jan worden veel regels met de beste bedoelingen opgesteld, maar sluiten ze niet altijd goed aan bij de dagelijkse praktijk van vakmensen. Hij begrijpt het milieudoel volledig, maar benadrukt dat hij onder deze voorwaarden zijn werk nauwelijks nog efficiënt kan uitvoeren, wat voor hem en zijn collega’s erg frustrerend en demotiverend kan zijn en ervoor zorgt dat het werkplezier en de motivatie van het team worden aangetast.

Content:
Bus is onmisbaar
Voor iemand als Jan, die afhankelijk is van zijn bus voor zijn dagelijkse werkzaamheden, is het voertuig meer dan alleen een luxeproduct, het is een onmisbaar hulpmiddel dat hij elke dag nodig heeft. Alles wat Jan nodig heeft voor zijn werk, van koperen leidingen tot zwaar en gespecialiseerd gereedschap, bevindt zich in zijn bus, waardoor het essentieel is voor het succes van zijn werkzaamheden, zijn inkomsten en zijn algehele levensonderhoud. Zonder zijn bus zou Jan niet in staat zijn zijn werk uit te voeren en zijn klanten te bedienen, wat zijn hele bestaan in gevaar zou brengen. Het is dus niet overdreven om te zeggen dat Jan’s bus de levensader van zijn bedrijf is en cruciaal is voor zijn financiële stabiliteit.

Voor hem is het simpelweg geen realistische optie om met een fiets vol materiaal rond te rijden, aangezien hij zonder zijn bus onmogelijk aan de verwachtingen van zijn klanten kan voldoen of zijn werk op tijd kan afronden.
Ook collega’s in de bouw-, techniek- en installatiebranche lopen dagelijks tegen hetzelfde probleem aan: de afhankelijkheid van een bestelbus als onmisbaar vervoermiddel. Cijfers van het CBS laten zien dat ruim 70 procent van de zelfstandige vakmensen hierop is aangewezen.
Voor deze beroepsgroep is mobiliteit letterlijk de motor van hun bestaan. Dagelijks zijn zij onderweg om lokale dienstverlening te leveren, zowel in drukke stedelijke gebieden als in charmante dorpen verspreid over heel Nederland, waarbij zij fungeren als de essentiële ruggengraat van de gemeenschap.
Oude bus, nieuwe beperkingen
Vanaf januari 2025 zullen uitsluitend bestelbussen die vrij zijn van emissies worden toegelaten binnen de nul-emissiezones, wat betekent dat voertuigen die rijden op fossiele brandstoffen volledig worden geweerd uit deze stedelijke gebieden, waardoor de luchtkwaliteit en de algemene gezondheid van de inwoners aanzienlijk kunnen worden verbeterd.

Jans bus, hoewel goed onderhouden en betrouwbaar, voldoet niet aan de nieuwe, steeds strengere emissie-eisen. Daarom overweegt hij de aanschaf van een elektrische bus als milieuvriendelijk alternatief, maar de hoge kosten maken dit bijna onbetaalbaar voor hem.
De overstap naar elektrisch vervoer vraagt om een forse investering die veel ondernemers zwaar op de proef stelt. Volgens de RAI Vereniging kost een krachtige elektrische bestelbus gemiddeld zo’n 60.000 euro, en in sommige gevallen zelfs aanzienlijk meer.
Zelfs met de beschikbare subsidies blijft het prijsverschil voor zelfstandigen groot, aangezien zij alle kosten zelf moeten dragen. Jan merkt dat hij er financieel nauwelijks op vooruitgaat, terwijl zijn werk door de nieuwe regels juist ingewikkelder en tijdrovender wordt.
Hoge kosten en beperkte keuze
Elektrische bussen zijn niet alleen duur in aanschaf, maar bovendien zijn ze vaak lastig snel te verkrijgen, aangezien de levertijden soms oplopen tot vele maanden. Daarbij is de tweedehandsmarkt voor elektrische bussen nog steeds erg beperkt, wat de aanschaf van een tweedehands optie bemoeilijkt, waardoor het voor busbedrijven moeilijker wordt om snel hun vloot uit te breiden met milieuvriendelijke voertuigen.

De meeste elektrische modellen hebben bovendien een beperkte actieradius, waardoor ze minder geschikt zijn voor lange werkdagen of meerdere ritten per dag. Dit maakt het vinden van een praktische én betrouwbare oplossing aanzienlijk lastiger, vooral voor zelfstandige vakmensen zoals Jan die afhankelijk zijn van hun bus voor hun dagelijkse werkzaamheden.
Jan vertelt dat hij grondig verschillende merken en types heeft onderzocht, maar tot zijn teleurstelling heeft hij geconstateerd dat geen enkel model echt aansluit bij zijn manier van werken. Hij moet dagelijks zware materialen vervoeren en daarnaast meerdere klanten op verschillende locaties bezoeken, wat de zoektocht naar een geschikte bus nog complexer maakt. De eisen voor een geschikte bus zijn hoog: hij moet betrouwbaar zijn, voldoende laadvermogen bieden en in staat zijn om lange afstanden af te leggen zonder dat dit ten koste gaat van de efficiëntie van zijn werkdag.
Een bus die al deze taken probleemloos kan uitvoeren, zoals het vervoeren van grote ladingen én meerdere personen, is zeldzaam én prijzig. Voor zelfstandigen zoals Jan betekent dit dat de overstap naar elektrisch vervoer een enorme financiële en logistieke uitdaging vormt. Voor meer informatie over de mogelijkheden en regels rondom elektrische bedrijfswagens kunt u terecht bij de Rijksoverheid en bij Bovag, waar ook advies en richtlijnen worden geboden voor ondernemers die willen investeren in duurzame mobiliteit.
Laden blijft lastig
Jan woont in een rijtjeshuis zonder eigen oprit, net als veel andere Nederlanders. Hierdoor is het voor hem geen haalbare mogelijkheid om een laadpaal aan huis te installeren vanwege de beperkte ruimte en de beperkte mogelijkheid om toestemming te krijgen van de verhuurder of VvE.

Het leggen van een kabel over de stoep is niet toegestaan vanwege veiligheidsredenen, en bovendien zijn openbare laadpunten vaak bezet of liggen ze te ver weg om er gemakkelijk gebruik van te maken. Volgens de RVO groeit het aantal laadpalen weliswaar snel, maar nog niet op alle locaties in hetzelfde tempo, waardoor de beschikbaarheid van laadinfrastructuur voor veel ondernemers nog een uitdaging blijft.
Jan vertelt dat hij soms wel een uur moet rondrijden om een vrije laadplek te vinden. Dit bemoeilijkt het plannen van zijn werkdag en maakt het moeilijk om efficiënt te werken zonder kostbare tijd te verliezen. Voor zelfstandige vakmensen zoals hij kan dit een grote impact hebben op de productiviteit en het vermogen om meerdere klanten per dag te bedienen.
Toch blijft Jan optimistisch. Hij zegt: “Ik wil graag elektrisch rijden, maar het moet wel praktisch en haalbaar zijn. Daarom ben ik benieuwd naar meer informatie en cijfers over de laadinfrastructuur, zodat ik een weloverwogen keuze kan maken.” Voor meer gedetailleerde informatie en actuele cijfers over laadinfrastructuur kunnen geïnteresseerden terecht bij EV Nederland, waar inzicht wordt gegeven in locaties, beschikbaarheid en toekomstplannen voor een beter dekkend netwerk van laadpunten.
Ontheffing aanvragen is ingewikkeld
Jan probeerde een ontheffing aan te vragen om voorlopig met zijn huidige bus te mogen blijven werken, maar dat bleek echter een complex en langdurig proces te zijn dat vol zat met ingewikkelde formulieren, strenge regels en strikte voorwaarden die zijn geduld en doorzettingsvermogen op de proef stelden.

Hij moest aantonen dat zijn werkzaamheden zonder een bestelbus op fossiele brandstof niet uitvoerbaar waren, wat betekende dat hij volledig afhankelijk was van deze specifieke vorm van transport. Na wekenlang wachten kreeg hij eindelijk bericht dat de ontheffing die hij had aangevraagd slechts tijdelijk geldig was, waardoor het geen structurele oplossing bood voor zijn transportprobleem.
Over enkele jaren zal hij opnieuw een aanvraag moeten indienen bij de RDW, zonder enige zekerheid of de regels tegen die tijd versoepeld of veranderd zullen zijn. Volgens de RDW verschillen de voorwaarden bovendien sterk per gemeente en kunnen ze lokaal flink uiteenlopen, waardoor het verkrijgen van de benodigde vergunning een complex en onvoorspelbaar proces blijft.
Jan is van mening dat het beleid beter afgestemd moet worden op de situatie van zelfstandige ondernemers, zodat zij effectief kunnen bijdragen aan het verduurzamen van de samenleving. Volgens hem is het essentieel dat de overheid haalbare en praktische stappen biedt, zodat zelfstandigen daadwerkelijk in staat zijn om op een duurzame en werkbare manier te ondernemen.
Voor meer gedetailleerde informatie over het proces van het aanvragen van een vergunning of document kun je terecht op de website van de RDW, waar alle benodigde informatie en formulieren beschikbaar zijn: www.RDW.nl.
Eigen keuze: niet meer in de stad
Na maandenlang grondig wikken, wegen en uitgebreid overleg met zijn team en collega’s, hakte Jan uiteindelijk de knoop door en nam hij het moedige besluit om geen nieuwe opdrachten meer aan te nemen binnen de nul-emissiezones van de stad.

Dat besluit kost hem weliswaar omzet, maar hij kiest bewust voor rust, overzicht en werkbaar gemak. Buiten de stad heeft hij genoeg klanten bij wie hij met zijn bus zonder problemen aan de slag kan, waardoor hij tijd bespaart en efficiënter kan werken. Dit draagt uiteindelijk bij aan zijn succes op de lange termijn.
“Het is jammer dat ik veel vaste klanten in Rotterdam heb,” zegt hij nadenkend, terwijl hij beseft dat het praktisch gezien gewoon niet haalbaar is om daar te blijven opereren vanwege de toenemende concurrentie en stijgende kosten die zijn bedrijf in de stad met zich meebrengen.
Jan blijft met plezier werken op plekken waar hij welkom is, en klanten waarderen dat hij snel en betrouwbaar langskomt om aan hun behoeften te voldoen. Zijn keuze om dit werk voort te zetten noemt hij nuchter, doordacht en gericht op een duurzame toekomst, waarin hij zijn klanten tevreden kan houden en tegelijkertijd een stabiel inkomen kan behouden.
Gevolgen voor de bouwsector
Jan is zeker niet de enige die hiermee te maken krijgt, aangezien ook timmerlieden, elektriciens, schilders en installateurs ervaren dat hun werkzaamheden worden beperkt door de emissiezones die van invloed zijn op de mate waarin zij kunnen opereren en hun materialen en gereedschappen kunnen vervoeren naar hun werklocaties.

De vraag naar vakmensen in de binnensteden blijft onverminderd groot, terwijl het aanbod duidelijk afneemt. Dit leidt tot langere wachttijden en hogere tarieven voor een breed scala aan werkzaamheden, van kleine reparaties tot grotere renovatieprojecten.
Volgens MKB Nederland kan dit op termijn resulteren in een aanzienlijk tekort aan vakmensen in stedelijke gebieden, wat de concurrentiepositie van bedrijven in deze regio’s onder druk kan zetten. Ondernemingen die nog wél actief zijn binnen de stad, berekenen extra reistijd en logistieke kosten door aan hun klanten, waardoor de prijzen van producten en diensten in stedelijke gebieden mogelijk verder stijgen.
Bewoners merken dit vooral wanneer er onderhouds- en renovatieklussen in hun buurt plaatsvinden, wat voor overlast en hinder in het dagelijks leven kan zorgen. Sommige gemeenten overwegen daarom ruimere overgangsregelingen in te voeren, om zowel de druk op ondernemers te verlichten als een soepel verloop van de werkzaamheden te garanderen, zodat de balans tussen dienstverlening en leefbaarheid behouden blijft.
Bewoners betalen de rekening
Voor zowel bewoners als ondernemers leidt dit tot een aanzienlijke toename van kosten, aangezien vakmensen regelmatig gedwongen worden om langere routes te nemen of hun laadmomenten zorgvuldig te plannen om hun werkzaamheden efficiënt te kunnen blijven uitvoeren. Deze extra kosten kunnen een aanzienlijke impact hebben op zowel individuele huishoudens als bedrijven, waardoor het belangrijk is om op zoek te gaan naar oplossingen die de hinder en kosten kunnen minimaliseren.

Die extra tijd en de bijkomende kosten worden uiteindelijk bijna altijd doorberekend aan de klant. Uit berekeningen van de Consumentenbond blijkt dat hierdoor de prijzen voor reparaties met zo’n 10 tot 15 procent kunnen stijgen, wat voor sommige huishoudens duidelijk merkbaar is.
Tegelijkertijd zien veel bewoners ook de voordelen van de veranderingen, zoals schonere lucht en rustigere straten in hun buurt. Ze begrijpen dat de overgang tijd kost en soms ongemak met zich meebrengt, maar beschouwen dit als een noodzakelijke stap richting een gezondere en duurzamere toekomst.
Jan merkt dat de meeste klanten begrip tonen voor zijn situatie. “Ze weten dat ik dit niet uit gemakzucht doe, maar omdat het simpelweg niet anders kan,” zegt hij, terwijl hij wijst op de toenemende druk en beperkingen binnen zijn werkgebied. Zijn klanten waarderen zijn inzet en betrouwbaarheid, ook al brengt de nieuwe situatie soms vertragingen of extra kosten met zich mee.
Goede bedoeling, betere uitvoering nodig
Hoewel iedereen verlangt naar schonere lucht en een leefbare stad, blijft de uitvoering van het beleid een uitdaging vanwege tegenstrijdige belangen en het gebrek aan concrete maatregelen. Jan, een voorstander van duurzaamheid, benadrukt de dringende behoefte aan praktische oplossingen voor kleine ondernemers die willen voldoen aan de nieuwe regels en hun bedrijfsactiviteiten willen verduurzamen.

Hij stelt voor om schonere brandstoffen, zoals HVO-diesel of biogas, tijdelijk toe te staan voor vaklieden, zodat zij hun werkzaamheden in stedelijke gebieden kunnen blijven uitvoeren zonder onnodige belemmeringen. Daarnaast ziet hij waterstofvoertuigen als een waardevol en duurzaam alternatief dat op de langere termijn kan bijdragen aan schonere steden en een efficiëntere overgang naar duurzame mobiliteit.
Brancheorganisaties zoals Techniek Nederland steunen dit standpunt en pleiten voor meer maatwerk in de regelgeving. Ze vragen onder andere om betaalbare elektrische bussen met voldoende laadcapaciteit en een snellere levering aan ondernemers, zodat de overstap naar duurzame mobiliteit voor zelfstandigen praktisch haalbaar blijft.
Het uiteindelijke doel is helder: een groene, toekomstbestendige stad waarin vakmensen hun werk kunnen blijven doen, terwijl de leefomgeving gezonder en schoner wordt. Voor wie meer wil weten over mogelijke oplossingen en duurzame maatregelen biedt Milieu Centraal uitgebreide en nuttige informatie, zodat ondernemers en bewoners beter geïnformeerd keuzes kunnen maken richting een duurzame toekomst.
Key points:
- Loodgieter Jan uit Rotterdam besluit voortaan de nul-emissiezones te mijden vanwege de steeds strengere milieuregels die zijn dagelijkse werkzaamheden flink beïnvloeden, zoals de beperkingen op het gebruik van bepaalde voertuigen en de extra kosten die gepaard gaan met het voldoen aan de emissie-eisen.
- Vanaf 2025 mogen alleen volledig elektrische bestelbussen de binnensteden in rijden, wat een ingrijpende verandering betekent voor de werkpraktijk van vakmensen die afhankelijk zijn van het transport van goederen en materialen binnen de stadsgrenzen.
- Elektrische bussen zijn momenteel op de markt zeer duur vanwege de hoge kosten voor zowel aanschaf als onderhoud, moeilijk verkrijgbaar door beperkte beschikbaarheid en vaak niet praktisch inzetbaar bij werkzaamheden die een hoge mate van flexibiliteit en bereikbaarheid vereisen.
- Het opladen van deze voertuigen blijft een groot probleem in woonwijken zonder eigen oprit of voldoende openbare laadpunten in de directe omgeving, wat ervoor zorgt dat bewoners hun klussen en activiteiten sterk moeten aanpassen en plannen.
- Ontheffingen hebben bovendien een tijdelijk karakter en verschillen sterk per gemeente, waardoor er veel onduidelijkheid en frustratie ontstaat onder vakmensen die geconfronteerd worden met verschillende regels en procedures in elke gemeente waar zij werken.
- Steeds meer professionals kiezen er daarom voor om buiten de drukke stad te werken, waardoor ze meer flexibiliteit en minder stress ervaren, ondanks dat dit soms langere reistijden betekent, omdat ze merken dat de voordelen van een rustigere werkomgeving en minder hectische levensstijl opwegen tegen de nadelen van een langere reistijd.
- Klanten merken dat de tarieven stijgen, omdat ondernemers genoodzaakt zijn om de extra reistijd en hogere logistieke kosten in rekening te brengen om ervoor te zorgen dat hun werk rendabel blijft en om tegemoet te komen aan de verhoogde operationele kosten.
- Brancheorganisaties dringen er sterk op aan dat er eerlijke, haalbare en beter uitvoerbare overgangsmaatregelen worden vastgesteld die vakmensen in stedelijke gebieden daadwerkelijk ondersteunen en de continuïteit van hun werkzaamheden waarborgen.
DEEL NU: De loodgieter weigert de nul-emissiezone binnen te gaan en verklaart vastberaden: “Ik laat me niet zomaar door deze regels mijn eigen stad uit jagen.”
Dit artikel is met passie gecreëerd door Plaatjes Koning, een bruisend mediaplatform dat zich toelegt op het verspreiden van verhalen die zowel inspireren als verrijken, afkomstig uit alle windstreken van de wereld. Blijf altijd up-to-date met onze boeiende content door Plaatjes Koning te volgen op Facebook. Duik met ons mee in een wereld vol verhalen die het verschil maken. 🌐💫 – Volg ons hier: Plaatjes Koning
SPECTRUM Magazine Disclaimer:
Dit artikel is gebaseerd op feitelijke ontwikkelingen rond nul-emissiezones en ervaringen van ondernemers.
De inhoud vormt geen financieel, juridisch of medisch advies en is uitsluitend bedoeld ter informatie.
SPECTRUM Magazine aanvaardt geen aansprakelijkheid voor handelingen op basis van deze informatie.
Voor persoonlijk advies wordt aanbevolen contact op te nemen met erkende professionals of instanties.
Facebook Disclaimer:
Dit bericht is geen financieel advies.
Het is bedoeld voor lezers die met oprechte interesse meer willen weten over duurzame stadsontwikkeling, ondernemerschap en praktische beleidsveranderingen.
Professionele referenties:

