‘Ik vind het vreemd dat de leidsters mijn kind een kus geven – mag ik daar open en eerlijk mijn mening over delen met de opvang?’

De 33-jarige Eva uit Utrecht deelde onlangs een situatie die veel ouders onmiddellijk zullen herkennen: haar zoontje van twee gaat al maanden met zichtbaar plezier, met een gerust hart en met veel vertrouwen naar de kinderopvang, waar hij zich elke dag weer vrolijk en veilig voelt.

De leidsters komen vriendelijk en zorgzaam over en nemen echt de tijd om rustig met de kinderen bezig te zijn, zowel tijdens het spelen als tijdens de dagelijkse verzorgingsmomenten.
Toch viel Eva iets op dat haar aan het denken zette: een van de leidsters gaf haar zoon plotseling een klein, lief en teder kusje heel zachtjes op zijn wang, midden in alle gewone drukte op de groep.

Hoewel ze goed begrijpt dat dit uit liefde en met de beste bedoelingen gebeurt, voelt het voor haar toch behoorlijk persoonlijk aan.
“Het is niet erg, maar ik ervaar het als een intiem gebaar dat voor mij meer past bij familie of hele goede vrienden thuis,” vertelt Eva rustig.


Twijfel bij een vriendelijk gebaar

Eva benadrukt dat ze over het algemeen erg tevreden is over de opvang en het hele team dat daar elke dag zo betrokken en zorgvuldig werkt.
“Ze doen het fantastisch. Mijn kind voelt zich er thuis, veilig en op zijn gemak, en dat is voor mij uiteindelijk echt het allerbelangrijkste, belangrijker dan alles eromheen,” zegt ze.

Toch bleef juist dat ene moment steeds opnieuw door haar hoofd spelen wanneer ze aan de opvang dacht.
Een kus voelde voor haar niet helemaal passend bij een professionele setting, waar duidelijke grenzen en afspraken tussen ouders en medewerkers horen te gelden.

Volgens haar is er een duidelijk verschil tussen warme betrokkenheid en het op een gepaste manier warme genegenheid tonen enerzijds, en het opzoeken van heel intieme, persoonlijke nabijheid anderzijds.
“Een knuffel of een lieve glimlach vind ik helemaal prima, maar een kus voelt voor mij nét iets te persoonlijk en te intiem, zeker in een opvangsituatie waar professionals een voorbeeldfunctie hebben,” legt ze uit.

Ze vraagt zich af of ze dit bij de leidsters ter sprake kan brengen zonder onvriendelijk, overdreven kritisch of wantrouwend over te komen.
“Je wilt niet dat ze denken dat je wantrouwend bent, want dat ben ik niet; ik wil het alleen duidelijk, prettig en transparant voor iedereen houden,” legt ze uit.


Waarom het ongemakkelijk voelt

Eva legt uit waarom het haar toch steeds opnieuw blijft bezighouden in haar gedachten.
“Een kus is iets intiems. Dat hoort voor mij thuis bij familie, niet bij school of opvang, waar mensen in een professionele rol met kinderen werken en verantwoordelijkheid dragen voor hun welzijn,” zegt ze.

Daarnaast denkt ze ook aan de praktische kant van de dagelijkse zorg op de groep.
Jonge kinderen delen veel speelgoed, drinken uit bekers en zijn gevoelig voor snelle verspreiding van verkoudheidsvirussen en allerlei andere virussen en infecties.

“Als een leidster meerdere kinderen een kus geeft, vind ik dat minder fris en eerlijk gezegd een beetje onnodig,” zegt ze.
Ze benadrukt dat ze het gebaar wel waardeert en begrijpt, maar liever ziet dat er een andere manier wordt gekozen om genegenheid en troost te tonen, bijvoorbeeld door een knuffel, een grapje of een bemoedigend woord.

Volgens de GGD is het bovendien verstandig om speekselcontact bij jonge kinderen zoveel mogelijk te vermijden.
“Het gaat me niet om strenge regels, maar om gezond verstand en goede hygiënische gewoontes in het dagelijks contact,” zegt Eva glimlachend.


Deskundigen herkennen dit gevoel

Pedagogen begrijpen de twijfel van Eva en herkennen haar dilemma ook bij veel andere ouders.
Volgens NPO Ouders is lichamelijke warmte belangrijk voor de ontwikkeling, maar moet er ook ruimte blijven voor persoonlijke grenzen en duidelijke afspraken tussen ouders en professionals over wat wel en niet wenselijk is.

“Het is niet verkeerd om genegenheid te tonen,” zegt opvoedcoach Marijke Blom, die veel met jonge gezinnen werkt.
“Maar elk gezin heeft eigen opvattingen over wat gepast is, en daar mogen professionals best zorgvuldig naar luisteren en zich inleven zodat ze daar goed op kunnen aansluiten.”

Volgens de Onderwijsinspectie is het daarom juist goed dat ouders dit soort onderwerpen durven te bespreken met de opvang.
Dat zorgt voor meer duidelijkheid, een open sfeer en helpt misverstanden tussen ouders en medewerkers te voorkomen voordat ze echt problemen worden.

Blom benadrukt dat professionele nabijheid en betrokkenheid helemaal niet betekent dat leidsters afstandelijk of koel moeten zijn.
“Warmte kun je ook tonen door woorden, humor en aandacht, bijvoorbeeld door echt te luisteren, kinderen serieus te nemen in wat ze zeggen en hun gevoelens te benoemen,” legt ze uit.


Verschillende visies

Niet iedereen denkt hetzelfde over dit onderwerp, merkt Eva in haar omgeving en in gesprekken met andere ouders.
In sommige gezinnen is een kusje juist iets heel vanzelfsprekends, een dagelijks teken van vertrouwen en verbondenheid tussen volwassenen en kinderen, bijna onderdeel van het ritueel van ophalen en wegbrengen.

Volgens Psychologie Magazine spelen culturele achtergrond en opvoeding een grote rol in hoe mensen naar lichamelijke nabijheid kijken.
In Zuid-Europa is een kus bij begroetingen heel normaal, terwijl Noord-Europeanen vaak wat meer fysieke afstand bewaren tussen elkaar in het dagelijks contact, zeker in formele of professionele situaties.

Eva groeide op in een nuchter gezin waar knuffels spaarzaam waren en zeker niet vanzelfsprekend.
“Dat maakt misschien dat ik anders kijk naar zulke gebaren en zelf sneller een grens voel of behoefte heb aan wat meer afstand,” vertelt ze.

Ze vindt het belangrijk dat iedereen elkaars grenzen respecteert, zowel ouders als verzorgers op de groep.
“Wat voor mij goed voelt, hoeft voor een ander niet verkeerd te zijn, maar het is fijn als we het er open en eerlijk over kunnen hebben en samen zoeken naar een middenweg,” zegt ze.


Hoe pak je zo’n gesprek aan?

Eva wil het onderwerp graag aankaarten, maar dan wel op een positieve en opbouwende manier en zonder verwijten of beschuldigingen.
“Ik waardeer wat ze doen, en dat wil ik ook eerst zeggen voordat ik over mijn grens begin, zodat duidelijk is dat het uit betrokkenheid komt,” legt ze uit.

Volgens TNO is dat inderdaad een goede aanpak bij gevoelige onderwerpen.
Ouders die hun mening delen met waardering en begrip krijgen vaak een open reactie en meer bereidheid om mee te denken van de andere kant, zowel van leidsters als van het management.

Op Ouders van Nu wordt daarom aangeraden om een persoonlijk gesprek te plannen in plaats van iets vluchtig bij de deur te zeggen.
“Dat voorkomt dat woorden verkeerd worden begrepen en geeft ruimte om vragen te stellen en samen naar oplossingen te zoeken,” zegt een opvoeddeskundige die ouders begeleidt.

Eva denkt eraan om tijdens het volgende oudergesprek het onderwerp rustig aan te snijden en haar gevoel open te delen.
“Ik wil gewoon weten of we dezelfde verwachtingen hebben, zodat we samen aan één lijn trekken, misverstanden voorkomen en mijn zoon daar uiteindelijk alleen maar van profiteert,” zegt ze.


De balans tussen warmte en professionaliteit

In de kinderopvang wordt steeds vaker nagedacht over emotionele veiligheid en wat kinderen daarin precies nodig hebben.
Volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) is het belangrijk dat kinderen zich geliefd voelen, maar dat ouders tegelijkertijd vertrouwen houden in de professionele omgeving en weten welke grenzen daar worden gehanteerd.

Veel opvangorganisaties hebben tegenwoordig duidelijke gedragscodes over lichamelijke interactie met kinderen.
Die zorgen ervoor dat medewerkers weten hoe ze warmte kunnen tonen zonder grenzen te overschrijden of zelfs maar de schijn daarvan te wekken, zodat iedereen zich veilig voelt.

Volgens de Brancheorganisatie Kinderopvang hoort daar vooral goede, structurele communicatie met ouders bij.
Ouders mogen hun mening en gevoel delen, en medewerkers kunnen rustig uitleggen wat hun intenties zijn en welke afspraken er binnen de organisatie gelden, bijvoorbeeld in een ouderavond of informele afspraak.

Zo ontstaat een sfeer waarin iedereen zich prettig, betrokken en serieus genomen voelt.
“Het is juist mooi dat we hier samen over praten en niet alles vanzelfsprekend vinden,” zegt Eva, die hoopt dat meer ouders dat ook durven.


Hygiëne en dagelijkse zorg

Naast emotie speelt ook hygiëne een belangrijke rol in het debat over kussen en knuffelen.
Het RIVM adviseert opvanglocaties om duidelijke richtlijnen te hanteren rond lichamelijk contact en de overdracht van ziektekiemen in dagelijkse situaties met jonge kinderen.

Niet omdat het verkeerd is om kinderen aan te raken, maar om gezonde dagelijkse gewoontes te bevorderen en risico’s bewust te beperken.
“Een vriendelijk gebaar kan ook zonder aanraking, met woorden of een glimlach,” aldus een woordvoerder, die benadrukt dat kleine aanpassingen al veel kunnen schelen.

Veel kinderopvangcentra gebruiken nu alternatieven zoals een vrolijke “high five” of een speelse “knuffel met toestemming”.
Dat maakt de omgang speels en veilig tegelijk, en helpt kinderen hun eigen grenzen en voorkeuren beter te leren kennen en benoemen tegenover volwassenen.

Eva vindt dat een prettig en geruststellend idee.
“Zo blijft de warmte, maar is het ook professioneel geregeld en voor iedereen duidelijk en overzichtelijk, zowel voor ouders als voor de leidsters,” zegt ze tevreden.


Samen in gesprek

Het onderwerp roept veel reacties op bij andere ouders in Nederland.
Op online fora schrijven moeders en vaders dat ze hetzelfde hebben meegemaakt en soms met precies dezelfde vragen rondlopen over kussen, knuffels en grenzen in de opvang.

Sommigen vinden het juist mooi dat leidsters liefdevol zijn en kinderen een kus geven wanneer ze troost nodig hebben.
Anderen begrijpen Eva’s gevoel en waarderen dat ze dit bespreekbaar maakt, omdat het ruimte geeft voor verschillen en persoonlijke grenzen, zonder dat iemand zich aangevallen hoeft te voelen.

Volgens Kinderopvangtotaal.nl is dit precies de richting waarin de sector zich ontwikkelt:
meer openheid, overleg en aandacht voor persoonlijke grenzen en verwachtingen van ouders én kinderen, waarbij organisaties steeds vaker beleid maken in gesprek met hun achterban.

Eva is blij dat ze niet de enige is die hierover nadenkt en vragen stelt.
“Het gaat niet om kritiek, maar om duidelijkheid en vertrouwen, zodat iedereen weet waar hij aan toe is en zich veilig voelt, ook op de lange termijn,” zegt ze.


Warmte met respect

Voor Eva is het belangrijkste dat haar zoon zich op de opvang echt gelukkig en oprecht geliefd voelt.
Ze wil dat hij zich vrij voelt om affectie te ontvangen, maar ook om grenzen te herkennen en duidelijk aan te geven als iets niet fijn voelt of hem onzeker maakt.

“Ik vind het fijn als hij leert dat vriendelijkheid in veel vormen kan bestaan,” zegt ze.
“Een knuffel, een glimlach of een vriendelijk woord – dat is allemaal liefde, zolang hij zelf kan aangeven wat goed voelt en wat niet en daarin serieus wordt genomen.”

Ze hoopt dat haar open houding anderen inspireert om ook te praten over dit soort onderwerpen in hun eigen kring.
“Het gaat er niet om dat iemand iets fout doet, maar dat we samen zoeken naar wat goed voelt voor kind, ouders én leidsters, zodat iedereen zich gezien en gehoord weet,” besluit Eva met een glimlach.


Belangrijkste punten in het kort samengevat, voor ouders en verzorgers:

  • Eva uit Utrecht merkte dat leidsters haar kind soms een kusje geven, waardoor zij zich begon af te vragen of dat wel past binnen een professionele opvangomgeving waar duidelijke grenzen horen te bestaan tussen zorg, affectie en lichamelijke intimiteit.
  • Ze waardeert de warmte en betrokkenheid van de leidsters, maar vraagt zich af waar precies de grens ligt tussen lieve zorg en troost enerzijds en te persoonlijke lichamelijke nabijheid van volwassenen naar haar kind anderzijds, vooral in een situatie waarin professionals verantwoordelijkheid dragen.
  • Deskundigen vinden dat affectie waardevol is voor kinderen, mits deze op een bewuste en professioneel verantwoorde manier wordt toegepast in de kinderopvang, met oog voor het kind, de context en de wensen van ouders, én met duidelijke afspraken over wat wel en niet gepast is.
  • Organisaties als de GGD, NJI en RIVM raden open communicatie, heldere gedragscodes en aandacht voor hygiëne en speekselcontact aan, zodat lichamelijk contact warm blijft terwijl gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk worden beperkt en ouders weten welke afspraken er gelden.
  • Ouders mogen gerust hun gevoel delen met de opvang om samen tot duidelijke afspraken te komen, zodat iedereen weet wat wenselijk en prettig is en kinderen zich veilig, gezien en gerespecteerd voelen, zowel in emotioneel als in lichamelijk contact.

DEEL NU: ‘Ik vind het vreemd dat de leidsters mijn kind een kus geven – kan en mag ik daar eigenlijk open en eerlijk mijn mening over delen met de opvang, zonder dat het verkeerd wordt opgevat?’

Dit artikel is zorgvuldig samengesteld door Spectrum Netwerk, een dynamisch media platform dat zich toelegt op het delen van inspirerende en informatieve verhalen van over de hele wereld. Volg Spectrum Netwerk op Facebook om niets te missen van onze boeiende content: Spectrum Netwerk


SPECTRUM Magazine – belangrijke disclaimer:
Dit artikel is bedoeld voor uitsluitend informatieve en educatieve doeleinden en beschrijft algemene inzichten rond kinderopvang en opvoeding op hoofdlijnen, zonder dat het inspeelt op persoonlijke omstandigheden. Het bevat geen juridisch, medisch of financieel advies en vervangt geen persoonlijk consult bij een deskundige in uw eigen omgeving. Alle informatie is naar beste weten samengesteld op basis van betrouwbare, actuele bronnen. Limitless Media Ltd. en SPECTRUM Magazine zijn niet verantwoordelijk voor persoonlijke keuzes op basis van deze inhoud of voor daaruit voortvloeiende gevolgen. Voor advies op maat wordt aanbevolen contact op te nemen met erkende professionals of instellingen in uw eigen situatie.

Facebook-disclaimer voor lezers:
Deze publicatie is bestemd voor lezers die oprecht geïnteresseerd zijn in opvoeding en maatschappelijke thema’s en daar bewust en zorgvuldig mee omgaan, zowel online als offline. Het vormt geen vorm van financieel advies en bevat geen concrete aanbevelingen voor financieel, juridisch of professioneel handelen in individuele situaties.

Professionele referenties en aanvullende bronnen:

  1. Gedragscodes in de kinderopvang – achtergronddocument – Nederlands Jeugdinstituut, 2023, met achtergrondinformatie over regels, professioneel handelen en veilige omgangsvormen in de kinderopvang, bedoeld voor organisaties en professionals. https://www.nji.nl/
  2. Ouderbetrokkenheid in kinderopvang en onderwijs – onderzoeksrapport – Universiteit Utrecht, 2022, onderzoek naar samenwerking tussen ouders en instellingen en de invloed daarvan op kinderen, met speciale aandacht voor communicatie en partnerschap. https://www.uu.nl/
  3. Hygiënerichtlijnen voor kinderopvanglocaties – praktische handleiding – RIVM, 2024, praktische richtlijnen rond infectiepreventie, uitbraken en dagelijkse hygiëne in de kinderopvang, bedoeld ter ondersteuning van beleid en dagelijks handelen. https://www.rivm.nl/
Scroll naar boven