Moderne slavernij of luxeprobleem? Anne (30) noemt fulltime werken onmenselijk

Anne is 30 jaar en werkt al bijna tien jaar fulltime. Vijf dagen per week, acht uur per dag. Daar komen reistijd, mails in de avond en berichten in het weekend vaak nog bij. Alles bij elkaar genomen is werk voor haar geen los onderdeel van de dag, maar een vast kader waar de week omheen wordt gebouwd.

 

Dat patroon herkent ze niet alleen bij zichzelf, maar ook bij vrienden, collega’s en mensen in haar omgeving. Het wordt gezien als normaal. Juist dat vindt Anne opvallend. Want hoe vanzelfsprekend is deze indeling eigenlijk nog?

Volgens haar is de 40-urige werkweek zo ingeburgerd dat er zelden vraagtekens bij worden gezet. Vacatures gaan er standaard van uit. Werkroosters zijn erop ingericht. Verwachtingen zijn erop afgestemd. Toch merkt Anne dat steeds meer mensen zich afvragen of deze structuur nog past bij het leven van nu. Zeker in een tijd waarin werk en privé steeds meer in elkaar overlopen.


Werkdag zonder duidelijke grens

Hoewel Anne officieel vaste werktijden heeft, ervaart ze dat werk niet stopt zodra de werkdag voorbij is. E-mails komen ook na werktijd binnen. Berichten via apps zijn snel verstuurd en snel beantwoord. Even reageren voelt logisch, soms zelfs noodzakelijk. Volgens cijfers van TNO is bereikbaarheid buiten werktijd de afgelopen jaren sterk toegenomen. Anne herkent dat beeld volledig.

Zelf merkt ze dat werk daardoor niet alleen tijd kost, maar ook aandacht. Zelfs op momenten dat ze vrij is, blijft werk in haar gedachten aanwezig. Dat maakt het lastiger om echt afstand te nemen. Ze ziet dat dit voor veel werknemers geldt. Werk is niet langer een afgebakend blok in de dag, maar een doorlopende stroom. Dat heeft invloed op hoe mensen hun vrije tijd beleven en benutten.


Werken om mee te doen

Anne ziet dat werk voor veel mensen meer is geworden dan een manier om bij te dragen of inkomen te verdienen. Het is een noodzakelijke basis om het leven praktisch te kunnen organiseren. Zonder werk is het lastig om vaste lasten te betalen, verzekerd te zijn en zekerheid op te bouwen. Volgens het Nibud gaat een groot deel van het inkomen op aan vaste kosten. Daardoor voelt minder werken voor velen niet als een reële keuze.

In gesprekken merkt Anne dat mensen vaak zouden willen schuiven met uren, maar die ruimte niet voelen. Niet omdat ze geen ambitie hebben, maar omdat de gevolgen groot zijn. Werk wordt zo een voorwaarde om mee te kunnen doen in de samenleving. Dat maakt keuzes minder vrij en meer noodzaakgedreven. Volgens Anne is dat een belangrijk onderdeel van het bredere debat over werkuren.


Vrije tijd met een doel

Voor Anne voelt vrije tijd vaak als een moment om energie aan te vullen. Het weekend staat in het teken van opladen voor de week die volgt. Dat beeld komt ook naar voren in cijfers van het RIVM, waaruit blijkt dat vermoeidheid veel voorkomt onder werkenden. Anne ziet dat sociale afspraken soms worden verplaatst of aangepast aan hoe iemand zich voelt.

Vrije tijd krijgt daardoor een duidelijke functie. Het helpt om weer met focus te starten. Anne begrijpt dat, maar vindt het ook veelzeggend. Vrije tijd zou volgens haar niet alleen een voorbereiding op werk moeten zijn, maar ook ruimte moeten bieden voor persoonlijke groei, ontspanning en verbinding. Nu ligt de nadruk vooral op herstel. Dat lijkt volgens haar langzaam de norm te zijn geworden.


Efficiënter werken, zelfde uren

Wat Anne moeilijk te rijmen vindt, is dat we technologisch gezien productiever zijn dan ooit. Digitale systemen, automatisering en software maken werk sneller en overzichtelijker. Volgens de OECD is de arbeidsproductiviteit de afgelopen decennia sterk toegenomen. Taken die vroeger veel tijd kostten, zijn nu vaak met een paar klikken geregeld.

Toch is de gemiddelde werkweek nauwelijks veranderd. Anne vraagt zich af waarom die efficiëntiewinst niet leidt tot meer tijd voor werknemers. In plaats daarvan lijken de verwachtingen mee te groeien. Wat sneller kan, moet ook sneller. Efficiëntie leidt zo tot een hoger tempo, niet tot kortere dagen. Die ontwikkeling roept bij Anne vragen op over hoe we de opbrengst van vooruitgang verdelen.


Hogere doelen, zelfde dag

Volgens Anne verdwijnt de winst van efficiënter werken vaak in nieuwe doelstellingen. Processen worden strakker ingericht. Taken worden uitgebreid. Voor werknemers betekent dat meestal meer verantwoordelijkheid binnen dezelfde tijd. CBS-gegevens laten zien dat werkintensiteit in veel sectoren is toegenomen. Anne herkent dit uit haar eigen ervaring en uit gesprekken met anderen.

Wat eerst als extra werd gezien, wordt al snel normaal. Daardoor blijft de werkdag gevuld. Er ontstaat weinig ruimte om werk anders te organiseren. Anne ziet daarin een gemiste kans. Efficiëntie zou ook kunnen betekenen dat er ruimte ontstaat voor meer flexibiliteit. Nu blijft de structuur grotendeels gelijk, ondanks alle veranderingen daaromheen.


Mentale betrokkenheid

Naast de tijdsinvestering speelt ook de mentale kant een grote rol. Anne merkt dat veel mensen zich sterk betrokken voelen bij hun werk. Gedachten blijven bij taken, plannen en verantwoordelijkheden. Volgens het Trimbos-instituut ervaren veel werkenden mentale spanning. Anne ziet dat dit vaak wordt gezien als onderdeel van betrokkenheid en professionaliteit.

Rust nemen voelt daardoor soms ongewoon. Grenzen aangeven is niet altijd makkelijk. Niet omdat mensen dat niet willen, maar omdat verwachtingen hoog zijn. Altijd bereikbaar zijn wordt vaak gewaardeerd. Dat maakt het vinden van balans een aandachtspunt. Anne ziet dat hier nog veel winst te behalen valt in hoe werk is ingericht.


Meer dan persoonlijke keuzes

Wat Anne opvalt, is dat uitdagingen rondom werk vaak worden neergelegd bij het individu. Adviezen richten zich op plannen, organiseren en prioriteiten stellen. Dat is waardevol, maar volgens haar niet het hele verhaal. Volgens Arboportaal spelen ook organisatiecultuur en structuur een grote rol.

Niet iedereen heeft dezelfde omstandigheden of mogelijkheden. Toch worden verwachtingen vaak gelijkgesteld. Door vooral naar persoonlijke keuzes te kijken, blijft het systeem grotendeels hetzelfde. Anne ziet juist kansen in het herinrichten van werk. Dat vraagt om bredere keuzes dan alleen individuele oplossingen.


Niet iedereen kan schuiven

Anne merkt dat keuzevrijheid ongelijk verdeeld is. Mensen met financiële ruimte of flexibele contracten kunnen makkelijker schuiven met hun werktijden. Voor anderen ligt dat anders. Minder werken betekent vaak minder zekerheid. Dat blijkt ook uit cijfers van het Nibud.

Veel mensen houden daarom vast aan fulltime werk. Niet uit voorkeur, maar uit noodzaak. Vrijheid krijgt zo een prijskaartje. Dat maakt het gesprek over werkuren complex. Volgens Anne is het belangrijk om dit verschil te erkennen. Niet iedereen start vanuit dezelfde positie. Dat vraagt om maatwerk in plaats van één vaste norm.


Werk blijft belangrijk

Anne benadrukt dat haar verhaal geen kritiek is op werk zelf. Ze ziet werk als iets waardevols. Het biedt structuur, sociale contacten en betekenis. Veel mensen halen voldoening uit hun werk. Haar vraag richt zich vooral op de vaste norm van 40 uur per week.

Die norm is historisch gegroeid in een andere tijd, met andere omstandigheden. Toch is hij blijven bestaan. Anne pleit niet voor minder inzet, maar voor meer flexibiliteit. Werk zou volgens haar beter kunnen aansluiten bij verschillende levensfasen. Dat idee krijgt steeds meer aandacht in onderzoeken en gesprekken over de toekomst van werk.


Woorden geven aan een gevoel

Anne weet dat haar manier van spreken soms discussie oproept. Ze probeert vooral woorden te geven aan een gevoel dat veel mensen herkennen. Het gevoel weinig regie te hebben over tijd. Vastzitten in afspraken die lastig te veranderen zijn. Ze benadrukt dat ze geen vergelijkingen wil maken met het verleden. Het gaat haar om autonomie in het dagelijks leven.

Dat gevoel leeft breder, merkt ze. In gesprekken komt het steeds vaker naar voren. Mensen delen hun ervaringen, soms voorzichtig, soms openlijk. Door het onderwerp te benoemen, ontstaat ruimte voor dialoog. Dat ziet Anne als een positieve stap.


Een gesprek dat groeit

Aan het einde blijft voor Anne één vraag centraal staan. Vinden we het vanzelfsprekend dat werk zo’n groot deel van ons leven bepaalt? Of is het tijd om opnieuw te kijken hoe we onze tijd willen indelen? Ze ziet dat deze vraag steeds vaker wordt gesteld. Op de werkvloer, in media en in persoonlijke gesprekken.

Volgens Anne is dat geen toeval. Mensen zoeken naar balans, ruimte en flexibiliteit. Of dat leidt tot concrete veranderingen, is nog niet duidelijk. Maar het gesprek is gaande. En dat opent volgens haar de deur naar nieuwe inzichten over hoe werk en leven zich tot elkaar kunnen verhouden.


Professionele referenties

Scroll naar boven