Anne (23): ‘Ouderen moeten verplicht kleiner wonen, anders maak ik nooit kans op een huis’

Anne is 23 jaar, net afgestudeerd en werkt fulltime. Op papier doet ze alles wat van haar wordt verwacht. Toch woont ze nog altijd bij haar ouders, in de slaapkamer waar ze jaren geleden haar schoolboeken opensloeg. Niet uit comfort, maar omdat ze simpelweg geen woning kan vinden. Haar situatie staat symbool voor een groeiende groep jonge werkenden die vastloopt op de huidige woningmarkt.

 

Voor Anne voelt het woningtekort niet als een beleidsdiscussie of een politiek dossier, maar als iets dat haar dagelijks leven bepaalt. “Ik reageer op alles wat los en vast zit,” zegt ze. “Maar het antwoord is bijna altijd hetzelfde: je bent het niet geworden.” Zelfstandig wonen, iets wat voor eerdere generaties vanzelfsprekend leek, voelt voor haar nog ver weg.

Alles gedaan wat gevraagd werd

Anne volgde een opleiding, vond snel werk en probeert te sparen. Toch blijkt dat niet genoeg. De wachttijden voor huurwoningen lopen op en koopwoningen zijn voor veel starters onbereikbaar. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek woont een toenemend aantal twintigers langer bij hun ouders dan tien jaar geleden. Dat patroon is zichtbaar in zowel steden als kleinere gemeenten.

De combinatie van hoge prijzen, beperkte beschikbaarheid en strenge voorwaarden zorgt ervoor dat starters weinig kans maken. Anne merkt dat haar generatie vaak tussen wal en schip valt. Ze verdienen te veel voor sociale huur, maar te weinig voor de vrije markt. Daardoor blijven ze hangen in tijdelijke oplossingen.

Opvallende verdeling van woonruimte

Tijdens haar zoektocht ziet Anne steeds dezelfde advertenties voorbij komen. Ruime eengezinswoningen met meerdere slaapkamers, vaak bewoond door één of twee mensen. Ze benadrukt dat dit geen verwijt is aan bewoners. “Iedereen woont waar hij of zij zich prettig voelt,” zegt ze. Toch vindt ze het logisch om vragen te stellen over hoe woonruimte wordt gebruikt.

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving sluit de huidige woningvoorraad niet goed aan op de veranderende samenstelling van huishoudens. Het aantal kleinere huishoudens groeit, terwijl veel woningen groot zijn gebouwd. Tegelijkertijd is er een groot tekort aan starterswoningen en betaalbare appartementen.

Tekort blijft voelbaar

De Rijksoverheid erkent dat het woningtekort aanzienlijk is en de komende jaren niet vanzelf verdwijnt. Bouwprojecten lopen vertraging op door procedures, regelgeving en beperkte capaciteit. Gemeenten zoeken naar locaties, maar lopen tegen grenzen aan. Vooral betaalbare woningen blijven achter bij de vraag.

Voor Anne betekent dat dat elke reactie opnieuw hoop geeft, maar zelden resultaat oplevert. Ze merkt dat het proces energie kost. Toch blijft ze reageren, omdat stilstaan geen optie voelt.

Een voorstel dat discussie oproept

Anne stelt voor om het gesprek te voeren over kleiner wonen voor ouderen. Niet als aanval, maar als mogelijke stap richting betere doorstroming. Ze weet dat het idee gevoelig ligt. “Het klinkt stevig,” zegt ze. “Maar wonen is schaars geworden. Dan moet je durven praten over verdeling.”

Ze wijst erop dat Nederland ook in andere sectoren afspraken maakt over gebruik en toegankelijkheid. Volgens haar is het logisch om dat ook bij wonen te doen. Niet vanuit dwang, maar vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Doorstroming als sleutel

Organisaties zoals Aedes en Vereniging Eigen Huis wijzen al langer op het belang van doorstroming. Wanneer mensen in een woning wonen die past bij hun levensfase, ontstaat er beweging op de markt. Dat vraagt wel om voldoende aantrekkelijke alternatieven, zoals levensloopbestendige appartementen en goede voorzieningen.

Anne ziet daarin een belangrijke rol voor beleid. “Als er fijne alternatieven zijn, wordt verhuizen vanzelf aantrekkelijker,” zegt ze. Zonder die opties blijft iedereen zitten waar hij zit, met alle gevolgen van dien.

Emotionele waarde speelt mee

Anne begrijpt dat een woning meer is dan stenen. Herinneringen, buren en een vertrouwde omgeving maken een huis waardevol. Ze erkent dat die band voor veel mensen zwaar weegt. Tegelijkertijd vraagt ze aandacht voor de situatie van jongeren. Lang thuis wonen zorgt voor uitstel van plannen en keuzes.

Onderzoek van het Trimbos-instituut laat zien dat langdurige onzekerheid over wonen invloed kan hebben op welzijn. Dat geldt voor jong en oud. Anne vindt dat die menselijke kant vaker benoemd mag worden in het debat.

Jongeren passen zich aan

De gevolgen van de krapte zijn breed zichtbaar. Veel jongeren kiezen werk op basis van reistijd in plaats van ambitie. Samenwonen wordt uitgesteld en sparen blijft lastig. Het NIBUD en het CBS laten zien dat starters minder snel een financiële basis opbouwen dan eerdere generaties.

Anne ziet dit niet als onwil, maar als aanpassing aan omstandigheden. “Je maakt keuzes die passen bij wat mogelijk is,” zegt ze. “Niet bij wat je eigenlijk zou willen.”

Geen tegenstelling tussen generaties

Anne benadrukt dat haar verhaal niet gaat over wij tegen zij. Ze ziet ouderen niet als oorzaak, maar als onderdeel van een groter geheel. Volgens haar is het probleem het resultaat van jarenlang vooruitgeschoven keuzes. De markt kreeg veel ruimte, terwijl regie beperkt bleef.

Ze pleit voor samenwerking en begrip. Door generaties tegenover elkaar te zetten, ontstaan geen oplossingen. Door samen te kijken naar wat werkt, wel.

Geen simpele uitweg

Anne gelooft niet in één maatregel die alles oplost. Kleiner wonen kan volgens haar hooguit onderdeel zijn van een bredere aanpak. Bouwen, doorstroming, betaalbaarheid en duidelijke regels moeten samenkomen. Deskundigen zijn het erover eens dat een combinatie van maatregelen nodig is om beweging te creëren.

Zonder samenhang blijft het probleem zich herhalen. Anne hoopt dat besluitvorming versnelt en dat beleid beter aansluit op de realiteit van starters.

Een plek om te beginnen

Wat Anne uiteindelijk zoekt, is overzicht en rust. Een eigen plek waar ze haar leven kan opbouwen. Geen groot huis, geen extra’s. Gewoon een woning die past bij haar fase. Die wens delen veel jonge werkenden in Nederland.

Zolang dat perspectief ontbreekt, blijft het onderwerp spelen. Met haar verhaal wil Anne bijdragen aan een open en eerlijk gesprek over wonen, ruimte en verantwoordelijkheid. Niet om te polariseren, maar om beweging te brengen in een vastgelopen systeem.

Scroll naar boven