Steeds meer Nederlanders doen een beroep op de bijstand. In 2025 is het aantal ontvangers opnieuw licht gestegen. Tegelijkertijd gaan de uitkeringen in 2026 omhoog, omdat ze gekoppeld zijn aan het minimumloon.
Dat klinkt positief, maar in het dagelijks leven draait het om wat je daadwerkelijk kunt besteden. Huur, energie en boodschappen blijven een groot deel van het maandbudget bepalen. Daardoor kijken veel huishoudens bewuster naar hun inkomsten en uitgaven.

De bijstand vormt binnen Nederland een sociaal vangnet. Gemeenten voeren de regeling uit, op basis van landelijke wetgeving. Het doel is tijdelijk ondersteunen en mensen helpen richting werk en zelfstandigheid.
Content:
Aantal ontvangers loopt weer op
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ontvingen eind september 2025 ongeveer 408.000 mensen een algemene bijstandsuitkering. Dat is ruim 1 procent meer dan een jaar eerder. De stijging past in een trend die sinds de tweede helft van 2023 zichtbaar is.

Toch ligt het aantal nog altijd lager dan begin 2021. Tijdens de coronaperiode zaten meer mensen tijdelijk zonder werk of inkomen. Inmiddels is de arbeidsmarkt grotendeels hersteld, al blijft het aantal bijstandsontvangers dus langzaam oplopen.
De CBS-cijfers worden elk kwartaal gepubliceerd en geven beleidsmakers inzicht in de ontwikkeling van inkomensondersteuning. Meer informatie is te vinden via https://www.cbs.nl.
Wanneer heb je recht op bijstand?
De bijstand is bedoeld voor mensen die onvoldoende inkomen of vermogen hebben om zelfstandig rond te komen. Het is een laatste vangnet binnen het sociale stelsel. Eerst wordt gekeken of iemand recht heeft op een andere regeling, zoals WW of WIA.

Om in aanmerking te komen moet je minimaal 18 jaar zijn en rechtmatig in Nederland verblijven. Ook wordt gekeken naar spaargeld en ander vermogen. Wie boven de vermogensgrens zit, komt niet in aanmerking.
De regels zijn vastgelegd in de Participatiewet. Gemeenten beoordelen elke aanvraag individueel en kunnen maatwerk leveren waar nodig. Meer uitleg staat op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand.
Jongeren vallen vaker terug op bijstand
De sterkste stijging is zichtbaar bij jongvolwassenen. In de groep van 18 tot 27 jaar nam het aantal bijstandsontvangers met ruim 5 procent toe. Bij 27- tot 45-jarigen was er een kleine stijging, terwijl het bij 45-plussers vrijwel stabiel bleef.

Dat jongeren vaker ondersteuning nodig hebben, hangt vaak samen met flexibele contracten en tijdelijke banen. Starters hebben vaker wisselende inkomsten en minder financiële reserves. Ook hoge woonlasten spelen een rol, vooral in grotere steden.
Gemeenten bieden jongeren daarom vaak extra begeleiding, bijvoorbeeld via scholing of werkervaringstrajecten. Het doel is om duurzame deelname aan de arbeidsmarkt te stimuleren.
Flexibele banen en woonlasten
Jongeren werken relatief vaak met tijdelijke contracten of oproepovereenkomsten. Dat betekent dat het inkomen per maand kan verschillen. Bij minder gewerkte uren daalt het loon tijdelijk, wat invloed kan hebben op de financiële balans.

In stedelijke regio’s zijn meer banen beschikbaar, maar liggen de woonkosten gemiddeld hoger. Dat maakt het voor starters soms uitdagend om financieel zelfstandig te blijven.
Gemeenten houden bij aanvragen rekening met persoonlijke omstandigheden. Daarnaast wordt ingezet op begeleiding naar werk en het versterken van vaardigheden, zodat mensen hun positie op de arbeidsmarkt kunnen verbeteren.
Hoe hoog is de bijstand in 2025 en 2026?
De hoogte van de bijstand is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Als het minimumloon stijgt, stijgt de uitkering automatisch mee. In 2026 gebeurt dat opnieuw.

Hoeveel iemand ontvangt, hangt af van de leefsituatie. Alleenstaanden krijgen minder dan samenwonenden of gehuwden, omdat kosten in een huishouden gedeeld kunnen worden. Alleenstaande ouders hebben een aparte norm.
Gemeenten betalen de uitkering maandelijks uit. Vakantiegeld wordt meestal apart opgebouwd en jaarlijks uitgekeerd. De actuele bedragen zijn te vinden via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/minimumloon.
Samen wonen maakt verschil
De leefsituatie heeft directe invloed op het bedrag. Wonen meerdere volwassenen samen in één huis, dan kan de kostendelersnorm gelden. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat woonkosten gedeeld worden.

De kostendelersnorm geldt vanaf 21 jaar. Studenten en bepaalde andere groepen kunnen hiervan zijn uitgezonderd. Meer informatie staat op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand/kostendelersnorm.
Verandert de gezinssituatie, dan moet dit worden gemeld bij de gemeente. Dat zorgt voor een juiste berekening van de uitkering.
Meer geld betekent niet altijd meer ruimte
Hoewel de uitkering stijgt, betekent dat niet automatisch meer bestedingsruimte. Koopkracht hangt samen met prijsontwikkelingen. Het CBS meet die via de consumentenprijsindex.

Als prijzen stijgen, verandert de koopkracht. Daarom kan een hogere uitkering in de praktijk soms weinig verschil maken.
Naast de bijstand kunnen mensen met een laag inkomen recht hebben op toeslagen, zoals zorgtoeslag of huurtoeslag. Informatie hierover staat op https://www.belastingdienst.nl/toeslagen.
Gemeenten bieden extra ondersteuning
Veel gemeenten hebben aanvullende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Denk aan bijzondere bijstand of lokale minimaregelingen voor sport, cultuur of schoolkosten.

Ook bieden gemeenten financiële coaching of budgetadvies aan. Dat helpt huishoudens om overzicht te houden in inkomsten en uitgaven.
Door samen te werken met maatschappelijke organisaties ontstaat een netwerk van ondersteuning. Dat vergroot de kansen op financiële stabiliteit.
Werken blijft perspectief bieden
De vraag of werken loont, wordt vaak gesteld. Het verschil tussen een uitkering en een laag loon kan in sommige situaties klein lijken, zeker wanneer toeslagen veranderen.

Toch biedt werk vaak meer perspectief op de langere termijn. Je bouwt pensioen op, krijgt recht op werknemersverzekeringen en vergroot je doorgroeimogelijkheden.
Gemeenten kunnen een deel van inkomsten tijdelijk vrijlaten via de vrijlatingsregeling. Daardoor kan deeltijdwerk extra aantrekkelijk zijn tijdens een overgangsfase.
Terugblik op de coronaperiode
Begin 2021 lag het aantal bijstandsontvangers hoger dan nu. Tijdens de coronaperiode verloren veel mensen tijdelijk hun baan of inkomen.

In de jaren daarna herstelde de werkgelegenheid zich geleidelijk. Hoewel het aantal ontvangers nu weer iets stijgt, ligt het nog onder het niveau van toen.
De cijfers laten zien dat de arbeidsmarkt voortdurend in beweging is. Dat vraagt om blijvende aandacht voor inkomensondersteuning én werkgelegenheid.
Vooruitblik op 2026
In 2026 stijgt het minimumloon opnieuw. Daarmee gaan ook de bijstandsbedragen automatisch omhoog.

Beleidsmakers volgen economische ontwikkelingen en inflatiecijfers nauwgezet. Gemeenten blijven inzetten op begeleiding naar werk en digitale dienstverlening.
Voor veel huishoudens blijft zorgvuldig budgetteren belangrijk. De combinatie van uitkering, toeslagen en eventuele inkomsten uit werk bepaalt uiteindelijk de financiële ruimte.
Professionele referenties
- Participatiewet: Wetgeving en toelichting – Rijksoverheid (2024)
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/participatiewet - Bijstandsuitkeringen; kerncijfers – Centraal Bureau voor de Statistiek (2025)
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws - Minimumloon en bijstandsbedragen 2026 – Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2026)
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/minimumloon

