Het aantal boetes voor het vasthouden van een telefoon in het verkeer is in 2025 flink gestegen. Volgens cijfers van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) werden dat jaar 248.020 bekeuringen uitgedeeld voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden of fietsen. In 2024 lag dat aantal nog op 165.408, wat de toename extra opvallend maakt.
Het vasthouden van een telefoon tijdens deelname aan het verkeer is in Nederland niet toegestaan. Die regel geldt voor automobilisten, vrachtwagenchauffeurs, scooterrijders en fietsers. Handsfree gebruik is wel toegestaan, zolang het apparaat niet in de hand wordt gehouden en de aandacht op de weg blijft.

Onderzoek van onder meer SWOV laat zien dat afleiding invloed heeft op concentratie en reactievermogen. Een korte blik op een scherm kan al meerdere seconden aandacht vragen. Bij 50 kilometer per uur legt een voertuig in die tijd tientallen meters af, wat duidelijk maakt waarom focus zo belangrijk is.
Naast handhaving zet de overheid sterk in op voorlichting. Campagnes roepen bestuurders op om hun telefoon buiten bereik te leggen en bewust deel te nemen aan het verkeer. Zo ontstaat stap voor stap een cultuur waarin aandacht centraal staat.
Content:
Nieuwe focusflitsers spelen grote rol
De stijging in het aantal boetes hangt nauw samen met de inzet van zogenoemde focusflitsers. Deze speciale camera’s kunnen vastleggen of een bestuurder een telefoon in de hand heeft tijdens het rijden.

De eerste focusflitsers werden in 2025 in gebruik genomen. Inmiddels staan er ongeveer 40 verspreid over Nederland en dat aantal wordt uitgebreid naar 50. De camera’s maken foto’s van bovenaf, waardoor zichtbaar is wat iemand vasthoudt.
De beelden worden zorgvuldig beoordeeld door bevoegde medewerkers. Pas wanneer duidelijk is dat er sprake is van een overtreding, wordt een boete opgelegd. Met deze technologie wil de overheid bijdragen aan een moderne en veilige verkeersomgeving.
Nederland behoort hiermee tot de koplopers in Europa op het gebied van slimme verkeershandhaving. Andere landen volgen de ontwikkelingen met belangstelling.
Boetebedragen in 2026
De bedragen voor telefoongebruik in het verkeer zijn aanzienlijk. In 2026 kost het vasthouden van een telefoon achter het stuur 440 euro. Voor fietsers bedraagt de boete 170 euro.

Deze tarieven worden jaarlijks vastgesteld en kunnen worden aangepast aan prijsontwikkelingen, zoals inflatie. De inning verloopt via het CJIB en kan eenvoudig digitaal worden geregeld. De bedragen gelden landelijk en zijn voor iedereen gelijk.
Volgens de overheid dragen duidelijke financiële prikkels bij aan het naleven van regels. Werkgevers en rijopleidingen besteden daarnaast extra aandacht aan mobielvrij rijden, zodat veilig gedrag steeds vanzelfsprekender wordt.
Minder boetes in totaal
Opvallend genoeg daalde het totale aantal verkeersboetes in 2025. In 2024 werden nog 7,9 miljoen boetes geregistreerd, terwijl dat er in 2025 ruim 7,5 miljoen waren. Dat is een afname van ongeveer 400.000 bekeuringen.

De daling komt vooral door minder snelheidsovertredingen. Daar werden er ongeveer een half miljoen minder van vastgesteld. Volgens het CJIB hangt dit onder meer samen met de vervanging van meetapparatuur.
Tijdens vernieuwing van systemen kan het aantal registraties tijdelijk lager uitvallen. Snelheid blijft echter een belangrijk aandachtspunt binnen het verkeersbeleid en wordt actief gecontroleerd.
Andere overtredingen in beeld
Niet alle categorieën lieten een daling zien. Het aantal parkeerboetes nam toe, net als het aantal bekeuringen voor fietsen zonder licht en het niet dragen van de autogordel.

Verlichting is verplicht bij weinig zicht en in het donker. De gordelplicht geldt voor zowel bestuurders als passagiers en bestaat al jarenlang. Deze regels zijn bedoeld om comfort en bescherming onderweg te vergroten.
Door gerichte controles blijven deze onderwerpen zichtbaar in de cijfers. Zo ontstaat een breed overzicht van hoe Nederlanders zich in het verkeer gedragen.
Discussie over hoogte van boetes
Nederland staat bekend om relatief hoge verkeersboetes en daarover wordt regelmatig gesproken. Sommige critici vinden dat bepaalde bedragen niet altijd in verhouding staan tot de overtreding. Anderen benadrukken dat duidelijke regels bijdragen aan orde en veiligheid op de weg.

In het boek De Boetefabriek vergelijkt auteur Merel van Rooy het verkeersboetesysteem met andere overheidskwesties. Daarmee kreeg het onderwerp opnieuw brede aandacht.
Ook Albert Hazelhoff, directeur van het CJIB, gaf in de Leeuwarder Courant aan dat sommige boetes mogelijk niet meer volledig in balans zijn met de ernst van de overtreding. De uiteindelijke vaststelling van bedragen ligt echter bij de wetgever.
Standpunt van de minister
Demissionair justitieminister Foort van Oosten (VVD) liet in november weten dat verlaging van de boetes volgens hem niet mogelijk is. Hij gaf aan dat de inkomsten bijdragen aan de financiering van publieke voorzieningen, zoals politie, brandweer en andere veiligheidsvraagstukken.

Volgens de minister spelen zowel naleving van verkeersregels als financiële overwegingen een rol bij het vaststellen van de bedragen. Hij erkende dat het om hoge tarieven gaat, maar wees ook op de invloed van inflatie.
Voorlopig blijven de huidige bedragen van kracht. Eventuele aanpassingen worden via officiële kanalen bekendgemaakt.
Breder beeld van verkeersveiligheid
De stijging van het aantal boetes voor telefoongebruik past binnen een bredere ontwikkeling rond verkeersveiligheid. Overheid en organisaties investeren in technologie, voorlichting en bewustwording.

Innovaties zoals focusflitsers en vernieuwde meetapparatuur ondersteunen deze aanpak. Tegelijkertijd blijft persoonlijke verantwoordelijkheid een belangrijke factor.
Met de cijfers over 2025 wordt duidelijk hoe technologie, beleid en gedrag samen het verkeersbeeld vormen. De inzet is gericht op een verkeersomgeving waarin iedereen met aandacht en vertrouwen onderweg kan zijn.

