Op de intensive care gebeuren soms dingen die artsen en verpleegkundigen niet helemaal kunnen verklaren. Een verpleegkundige uit de praktijk, Kirstie Roberts (29), vertelt over een opvallend patroon dat zij de afgelopen vier jaar steeds opnieuw zag bij mensen in hun laatste levensfase.
Kirstie werkte dagelijks met patiënten die intensieve begeleiding nodig hadden. Volgens haar is er in de laatste uren vaak sprake van een bijzondere verandering in beleving en communicatie.

De intensive care is een gespecialiseerde afdeling binnen een medisch centrum waar mensen voortdurend worden gemonitord. Apparatuur meet hier hartslag, ademhaling en bloeddruk om de situatie goed te volgen.
Zorgteams bestaan uit artsen, verpleegkundigen en andere specialisten die nauw samenwerken. Beslissingen worden vaak gezamenlijk genomen om de best mogelijke ondersteuning te bieden.
Familieleden mogen meestal op vaste tijden op bezoek komen. De sfeer op een IC is professioneel en gericht op stabiliteit, aandacht en begeleiding.
Volgens Kirstie vallen bepaalde uitspraken steeds weer op bij patiënten die zich in deze laatste fase bevinden. Dat maakt haar ervaring bijzonder herkenbaar voor veel collega’s in de zorg.
Content:
Vier jaar ervaring op de IC
Kirstie Roberts heeft vier jaar gewerkt als intensive care-verpleegkundige. In die periode stond ze vaak naast patiënten tijdens hun laatste momenten van bewust contact.

Vier jaar ervaring betekent dat zij veel verschillende situaties van dichtbij heeft meegemaakt. IC-verpleegkundigen volgen extra opleidingen bovenop hun basisdiploma en leren omgaan met specialistische apparatuur.
Ook trainen zij in communicatie met families tijdens belangrijke momenten. Werkdiensten kunnen onregelmatig zijn, met dag-, avond- en nachtdiensten, waardoor het werk veel flexibiliteit vraagt.
Veel verpleegkundigen kiezen bewust voor deze afdeling vanwege de intensieve zorg en menselijke betekenis. Teams evalueren regelmatig hun werkwijze om de zorg steeds verder te verbeteren.
Mentale ondersteuning voor zorgverleners is beschikbaar via interne programma’s. Zo blijft er ruimte voor professionele groei en balans in het werk.
Opvallende uitspraken in de laatste fase
Wat Kirstie vooral bijbleef, is dat veel mensen vlak voor hun laatste levensfase vergelijkbare zinnen uitspreken. Ze merkt dat dit voorkomt bij verschillende leeftijden en achtergronden.

Sommige patiënten zijn volledig bij bewustzijn en helder in hun communicatie. Anderen waren kort daarvoor nog stabiel volgens de medische metingen, wat het extra opvallend maakt.
Verpleegkundigen luisteren aandachtig naar zulke woorden, omdat ze vaak veel betekenen voor familieleden. In de zorg wordt daarom veel aandacht besteed aan wensen van patiënten en hun naasten.
Volgens Kirstie is het opvallend dat deze uitspraken vaak terugkomen. Dat maakt het onderwerp bijzonder om over te praten binnen zorgteams.
Drie zinnen die vaak terugkomen
Volgens Kirstie zijn er drie uitspraken die zij opvallend vaak hoorde in de laatste minuten. Deze woorden kwamen terug bij vrijwel iedere patiënt die zij in deze fase begeleidde.

De eerste zin is: “Kun je alsjeblieft tegen mijn familie zeggen dat ik van ze hou?” Dat laat zien hoe belangrijk verbondenheid en liefde blijven tot het einde.
De tweede zin is: “Ik voel me niet goed.” Dit kan wijzen op een verandering in lichamelijk gevoel of energie.
De derde zin is: “Ik weet dat mijn tijd bijna rond is.” Volgens Kirstie sprak iemand die dit zei, vaak kort daarna zijn laatste fase in.
In palliatieve zorg staat comfort en kwaliteit van leven centraal. Artsen en verpleegkundigen blijven voortdurend observeren en begeleiden.
Een bijzondere vorm van zekerheid
Wat Kirstie het meest bijzonder vindt, is dat patiënten soms lijken te weten dat hun levensfase verandert. Dit gebeurt volgens haar zelfs wanneer apparatuur nog geen directe verandering toont.

Hun vitale functies kunnen stabiel zijn en de situatie kan hetzelfde lijken als eerder die dag. Toch zegt Kirstie dat er iets verschuift in houding en woorden.
Ze noemt het een verandering die niet direct medisch meetbaar is. Sommige mensen voelen subtiele signalen in ademhaling of energie, terwijl anderen juist een innerlijke rust ervaren.
Wetenschappers geven aan dat bewustzijn in deze fase nog steeds onderwerp van onderzoek is. Niet alles in de menselijke beleving is volledig te voorspellen met cijfers.
Geen duidelijke medische uitleg
Kirstie geeft aan dat ze geen sluitende medische verklaring heeft voor dit patroon. Ze zegt dat ze in haar vier jaar werk geen duidelijke reden vond waarom dit zo vaak gebeurt.

Vitale functies zoals hartslag en zuurstofwaarde blijven belangrijke indicatoren. Toch kan het lichaam soms onverwacht veranderen, zelfs na een stabiele periode.
Artsen maken inschattingen op basis van ervaring, onderzoeken en richtlijnen. Maar niet elk proces is volledig voorspelbaar, waardoor persoonlijke ervaringen soms extra indruk maken.
Experts benadrukken dat iedere situatie uniek is. Het is belangrijk om persoonlijke ervaringen niet als algemene regel te zien.
Een spirituele verschuiving
Kirstie spreekt over een spirituele verschuiving in de laatste uren. Volgens haar lijkt er soms een innerlijke verandering te ontstaan die moeilijk te verklaren is.

Spiritualiteit in de zorg betekent aandacht voor zingeving en persoonlijke overtuigingen. Veel medische centra hebben geestelijk verzorgers beschikbaar, zodat mensen steun kunnen vinden op hun eigen manier.
Niet iedereen ervaart dit op dezelfde manier. Sommigen vinden steun in familie en herinneringen, terwijl anderen rust halen uit stilte of muziek.
Kirstie benadrukt dat liefde, dankbaarheid en verbondenheid centraal blijven staan. Dat maakt deze fase voor veel mensen ook waardevol en bijzonder.
De menselijke kant van het werk
Voor Kirstie blijft het intensief om deze fase te begeleiden. Zorgverleners bouwen vaak een band op met patiënten en hun families, wat het werk persoonlijk maakt.

Ze zegt dat het nooit helemaal vanzelfsprekend wordt. Maar ze leert ermee omgaan door te weten dat haar zorg en aandacht waardevol zijn.
Teams bespreken ervaringen met elkaar tijdens overlegmomenten. Psychologische ondersteuning kan worden aangeboden, zodat zorgverleners zelf ook goed ondersteund blijven.
Reacties van mensen online
Toen Kirstie haar verhaal deelde, kwamen er veel reacties van lezers. Veel mensen waren verrast door de herkenbaarheid van haar woorden.

Sommigen schreven dat het hen aan het denken zette. Anderen vertelden dat ze iets soortgelijks hadden meegemaakt bij een familielid.
Een oud-hospiceverpleegkundige reageerde dat dit vaker voorkomt. Een andere zorgverlener schreef dat patiënten het “altijd lijken te weten”.
Ook iemand vertelde dat een oom dit gevoel had, terwijl zijn vitale functies nog goed waren. Deze reacties laten zien hoe breed het onderwerp leeft.
Herkenning bij collega’s
Ook andere verpleegkundigen geven aan dat zij vergelijkbare momenten hebben meegemaakt. Hospicezorg richt zich op comfort, rust en kwaliteit van leven.

In hospices werken multidisciplinaire teams samen en familie is vaak nauw betrokken. Niet iedere zorgverlener ervaart exact hetzelfde patroon, maar intuïtief aanvoelen wordt vaker genoemd.
Wetenschappelijke studies hierover zijn beperkt maar groeiend. Er is behoefte aan verder onderzoek naar bewustzijn in deze fase.
Een onderwerp dat blijft raken
Het verhaal van Kirstie Roberts laat zien hoe bijzonder de laatste levensfase kan zijn. Het onderwerp roept veel vragen op bij zowel zorgverleners als families.

Medische wetenschap blijft zich ontwikkelen en onderzoek naar bewustzijn en beleving gaat door. Familie speelt een centrale rol en goede communicatie is essentieel voor vertrouwen.
Respect voor persoonlijke wensen staat voorop. Open gesprekken kunnen steun bieden aan alle betrokkenen en zorgen voor meer begrip rond deze bijzondere fase.

