Steeds meer mensen identificeren zich als aegoseksueel: Dit betekent het volgens experts

Steeds vaker noemen mensen zichzelf aegoseksueel. Dat woord duikt op in gesprekken, op sociale media en in artikelen over identiteit en gevoelens. Ook in Nederland groeit de aandacht voor verschillende vormen van romantische en persoonlijke beleving.

 

Vooral via internet leren mensen nieuwe begrippen kennen. Hulpverleners en coaches merken dat cliënten vaker met zulke termen komen om uit te leggen wat ze voelen. Ook universiteiten besteden in studies over gedrag en identiteit aandacht aan het aseksuele spectrum.

De term is overgewaaid uit Engelstalige publicaties. Door online gemeenschappen is het woord bekender geworden bij een breder publiek. Open praten over gevoelens en identiteit wordt steeds normaler, en daar past deze ontwikkeling bij.

Wat houdt het in?

Iemand die zich aegoseksueel noemt, kan genieten van romantische of prikkelende fantasieën. Toch voelt die persoon geen behoefte om daar zelf actief aan mee te doen. Het verschil zit dus tussen denken en doen.

Sommige mensen ervaren wel lichamelijke opwinding. Anderen beleven het vooral in hun gedachten. Binnen het aseksuele spectrum bestaan meerdere vormen, en niet iedereen ervaart dit op dezelfde manier.

Vaak gaat er een periode van nadenken en zelfonderzoek aan vooraf. Mensen zoeken naar een woord dat bij hun gevoel past. Deskundigen benadrukken dat iedereen zijn of haar eigen ervaring mag hebben.

Oorsprong van de term

De Canadese psycholoog en seksuoloog Anthony Bogaert introduceerde het begrip in 2012. Hij gebruikte toen nog de naam ‘autochorisseksualiteit’. In zijn onderzoek beschreef hij hoe sommige mensen fantasieën hebben zonder zichzelf daarin te zien als deelnemer.

Later werd de naam aangepast naar aegoseksualiteit. Die term werd binnen online groepen makkelijker gevonden en gebruikt. Sindsdien is het woord in zowel wetenschappelijke artikelen als in gewone gesprekken vaker terug te zien.

Onderzoekers bouwen voort op eerdere studies. Zo ontstaat er steeds meer duidelijkheid over wat mensen precies bedoelen met deze term.

Eerste indeling werd herzien

In de eerste beschrijvingen werd het begrip onder een bestaande wetenschappelijke categorie geplaatst. Zulke categorieën helpen deskundigen om verschillende ervaringen te ordenen. Ze staan beschreven in internationale handboeken voor psychologie.

Na verloop van tijd kwam er meer uitleg en nuance. Onderzoekers gaven aan dat het belangrijk is om goed te kijken naar de context. Niet elke bijzondere beleving hoeft op dezelfde manier te worden ingedeeld.

Wetenschappelijke inzichten veranderen wanneer er nieuwe kennis bijkomt. Dat is een normaal proces binnen onderzoek. Zo groeit het begrip stap voor stap.

Reflectie vanuit experts

Verschillende seksuologen vinden dat aegoseksualiteit beter past bij identiteit dan bij een medische indeling. Zij pleiten voor duidelijke en zorgvuldige taal. Binnen de geestelijke gezondheidszorg is daardoor meer aandacht gekomen voor verschillende vormen van aantrekking.

Hulpverleners krijgen extra scholing om cliënten goed te begeleiden. Ook tijdens congressen en studiedagen wordt het onderwerp besproken. Ervaringen van mensen zelf spelen daarbij een belangrijke rol.

De samenwerking tussen wetenschap en persoonlijke verhalen zorgt voor een breder beeld. Dat helpt om het onderwerp beter te begrijpen.

Aseksualiteit vaker besproken

De afgelopen jaren is er meer ruimte gekomen om over aseksualiteit te praten. Dat geldt ook in Nederland en België. Organisaties organiseren bijeenkomsten en online lezingen om informatie te delen.

Door internet vinden mensen elkaar makkelijker. Dat geeft herkenning en steun. Universiteiten doen daarnaast steeds meer onderzoek naar seksuele diversiteit.

Internationale studies zorgen voor extra kennis. Daardoor wordt het onderwerp beter onderbouwd. Heldere informatie helpt om misverstanden te voorkomen.

Verwarring met voyeurisme

Soms wordt aegoseksualiteit vergeleken met voyeurisme. Deskundigen leggen uit dat dit niet hetzelfde is. Voyeurisme gaat om het kijken naar anderen voor persoonlijk plezier.

Aegoseksualiteit draait om fantasie zonder zelf mee te doen. Het verschil zit in de betrokkenheid. Bij aegoseksualiteit ontbreekt de wens om zelf actief deel te nemen.

Goede uitleg maakt dat onderscheid duidelijk. Dat helpt om het onderwerp rustig en zorgvuldig te bespreken.

Verhalen uit online communities

Op internetfora delen mensen hun persoonlijke ervaringen. Zij vertellen dat ze fantaseren, maar zichzelf daarin niet als deelnemer zien. Die afstand voelt voor hen natuurlijk.

Veel mensen vinden steun in het lezen van herkenbare verhalen. Dat kan opluchten en zorgen voor meer begrip van het eigen gevoel. Online gesprekken verlopen meestal in een respectvolle sfeer.

De mogelijkheid om anoniem te reageren maakt openheid makkelijker. Iedereen beleeft het op zijn eigen manier. Dat wordt binnen deze groepen geaccepteerd.

Fantasie zonder deelname

Mensen die zich aegoseksueel noemen, geven vaak aan dat hun fantasieën bewust in hun gedachten blijven. Ze voelen geen behoefte om die werkelijkheid te maken. Voor hen is dat verschil duidelijk.

Binnen het spectrum bestaan meerdere nuances. Geen enkele ervaring is precies hetzelfde. Dat laat zien hoe divers menselijke gevoelens kunnen zijn.

Praten met een vertrouwd persoon kan helpen om gedachten op een rij te zetten. Voorlichting benadrukt dat variatie normaal is. Dat vergroot wederzijds begrip.

Taal blijft veranderen

De manier waarop we praten over identiteit verandert voortdurend. Nieuwe woorden ontstaan wanneer mensen hun gevoelens beter willen omschrijven. Dat is altijd zo geweest.

Wetenschap en samenleving beïnvloeden elkaar daarbij. Door media en internet verspreiden nieuwe termen zich sneller dan vroeger. Dat zorgt voor bredere gesprekken.

Duidelijke taal helpt mensen om zichzelf en anderen beter te begrijpen. Zo groeit het inzicht in de verscheidenheid van menselijke beleving.

Discussie blijft zich ontwikkelen

Niet iedereen vindt nieuwe labels nodig. Anderen voelen zich juist erkend door een passende naam. In een open samenleving is ruimte voor beide standpunten.

Aegoseksualiteit wordt steeds vaker besproken in onderzoek en in de media. Universiteiten blijven nieuwe gegevens verzamelen. Dat helpt om het onderwerp goed te blijven uitleggen.

Nieuwe generaties brengen hun eigen woorden mee. Zo blijft het gesprek in beweging en groeit het begrip stap voor stap.

Unieke key points

• Aegoseksualiteit hoort bij het aseksuele spectrum.
• Het gaat om fantasieën zonder zelf deel te nemen.
• De term werd in 2012 geïntroduceerd door Anthony Bogaert.
• Latere inzichten zien het vooral als een vorm van identiteit.
• Het is iets anders dan voyeurisme.
• Online gemeenschappen spelen een belangrijke rol in herkenning.
• Onderzoek naar seksuele diversiteit neemt toe.
• Duidelijke taal helpt bij wederzijds begrip.

Scroll naar boven