Wanneer zelfstandig wonen niet meer vanzelf gaat, kan een verpleeg- of verzorgingshuis een passende oplossing zijn. In zo’n omgeving is dag en nacht zorg aanwezig en is er altijd iemand in de buurt om te helpen.
Maaltijden worden verzorgd, kamers worden schoongemaakt en ondersteuning bij het aankleden of wassen is geregeld. Veel mensen willen vooraf goed begrijpen wat dit financieel betekent en welke kosten zij kunnen verwachten.

Een zorginstelling biedt wonen en zorg in één geheel. Naast medische ondersteuning is er aandacht voor welzijn, sociale activiteiten en een veilige leefomgeving.
Bewoners krijgen een persoonlijk zorgplan dat regelmatig wordt besproken. Familie blijft nauw betrokken en kan altijd meedenken over wensen en behoeften.
Content:
Wlz betaalt het grootste deel
Het grootste deel van de kosten wordt betaald via de Wet langdurige zorg, de Wlz. Deze regeling is bedoeld voor mensen die blijvend intensieve zorg of toezicht nodig hebben.

De Wlz bestaat sinds 2015 en wordt uitgevoerd via regionale zorgkantoren. Zij maken afspraken met erkende zorginstellingen over kwaliteit en beschikbaarheid van zorg.
De regeling vergoedt verblijf, verzorging en begeleiding. Ook medische zorg en bepaalde hulpmiddelen vallen hieronder.
De overheid financiert dit systeem via premies en belastingen. Zo blijft langdurige zorg voor iedereen toegankelijk.
Een eigen bijdrage hoort erbij
Wie in een zorginstelling woont, betaalt altijd een eigen bijdrage. Hoe hoog die bijdrage is, hangt af van inkomen en vermogen.

De berekening wordt gedaan door het CAK. Daarbij wordt gekeken naar het inkomen en vermogen van twee jaar eerder, het zogenoemde peiljaar.
Je ontvangt automatisch bericht over het bedrag dat je moet betalen. Als je situatie sterk is veranderd, kun je vragen om een herziening.
Er geldt altijd een wettelijk maximum. Je betaalt dus nooit meer dan het vastgestelde plafond.
Inkomen speelt een grote rol
Mensen met alleen AOW en weinig spaargeld betalen minder dan mensen met aanvullend pensioen of meer vermogen. Het systeem is zo ingericht dat iedereen naar draagkracht bijdraagt.

Het gaat om het verzamelinkomen zoals dat bij de Belastingdienst bekend is. Partners worden gezamenlijk beoordeeld.
De bijdrage wordt jaarlijks aangepast aan nieuwe inkomensgrenzen. Zo blijft het systeem aansluiten bij de actuele situatie in Nederland.
Ook spaargeld telt mee
Je hoeft je spaargeld niet eerst volledig te gebruiken voordat je recht hebt op zorg. Wel telt vermogen mee bij de berekening van de eigen bijdrage.

Voor 2026 geldt een vrijstelling van ongeveer 33.748 euro voor alleenstaanden en 67.496 euro voor partners. Het bedrag boven deze grens wordt meegenomen in de berekening.
Onder vermogen vallen spaargeld, beleggingen en soms een tweede woning. Schulden mogen daarvan worden afgetrokken.
De Belastingdienst levert deze gegevens automatisch aan bij het CAK. Jaarlijks worden de vrijstellingen aangepast.
De eerste vier maanden
De eerste vier maanden na opname betaal je de lage eigen bijdrage. In 2026 ligt die ongeveer tussen 205 en 1.077 euro per maand, afhankelijk van je situatie.

Deze periode geeft financiële ruimte om alles rustig te regelen. Vaak lopen thuis nog kosten door, zoals huur of hypotheek.
Na vier maanden ontvang je automatisch een nieuwe berekening. Dan wordt gekeken naar de hoge eigen bijdrage.
Daarna de hoge bijdrage
Na de eerste periode kan de bijdrage oplopen tot maximaal ongeveer 2.954 euro per maand in 2026. Niet iedereen betaalt dit maximum, want het bedrag blijft afhankelijk van inkomen en vermogen.

De gedachte is dat woonkosten lager worden wanneer iemand in een instelling woont. Toch kunnen bepaalde vaste lasten tijdelijk blijven bestaan.
Daarom is het verstandig om vooraf een overzicht te maken van alle inkomsten en uitgaven. Gemeenten en onafhankelijke cliëntondersteuners kunnen hierbij helpen.
Extra persoonlijke kosten
Naast de maandelijkse bijdrage zijn er persoonlijke uitgaven. Denk aan een kapper, pedicure of uitstapjes die worden georganiseerd.

Instellingen geven vooraf duidelijk aan welke extra diensten mogelijk zijn en wat deze kosten. Bewoners kiezen zelf of zij hiervan gebruikmaken.
Sommige kosten kunnen in bepaalde situaties fiscaal aftrekbaar zijn. Het is verstandig dit na te vragen bij een adviseur.
Indicatie via het CIZ
Voor een plek in een zorginstelling is een indicatie nodig van het Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ. Zij beoordelen of iemand blijvend intensieve zorg nodig heeft.

De aanvraag kan digitaal worden gedaan. Soms volgt een persoonlijk gesprek om de situatie goed in kaart te brengen.
De beslissing wordt schriftelijk vastgelegd. Tegen een besluit kan bezwaar worden gemaakt binnen de wettelijke termijn.
Wachtlijsten en voorbereiding
Na een positieve indicatie wordt plaatsing aangevraagd. In sommige regio’s kan er een wachttijd zijn.

Zorgkantoren helpen bij het vinden van een geschikte plek. Tijdelijke zorg of logeeropvang kan in de tussentijd ondersteuning bieden.
Veel instellingen bieden rondleidingen aan. Zo kun je rustig bekijken welke omgeving het beste past bij je wensen.
AOW en partners
Wanneer één partner verhuist naar een zorginstelling en de ander thuis blijft wonen, blijft volgens de Sociale Verzekeringsbank meestal de gehuwdennorm gelden voor de AOW.

Er bestaat een mogelijkheid om te kiezen voor een alleenstaanden-AOW. Deze keuze kan gevolgen hebben voor de hoogte van de eigen bijdrage en eventuele toeslagen.
Het is verstandig om dit vooraf goed door te rekenen. De SVB en onafhankelijke adviseurs kunnen hierbij ondersteunen.
Schenken en vermogen
Sommige mensen overwegen om vermogen te schenken aan kinderen of kleinkinderen. Binnen bepaalde grenzen mag dit belastingvrij.

Omdat bij de berekening wordt gekeken naar het vermogen van twee jaar eerder, heeft schenken niet altijd direct invloed op de eigen bijdrage.
Een notaris of financieel adviseur kan helpen om de mogelijkheden zorgvuldig in kaart te brengen. Zo blijft de financiële situatie overzichtelijk en stabiel.
Belangrijkste punten op een rij
• De Wlz betaalt het grootste deel van de langdurige zorg
• Iedereen betaalt een eigen bijdrage op basis van inkomen en vermogen
• De eerste vier maanden geldt een lagere bijdrage
• Daarna kan een hogere bijdrage volgen, met een wettelijk maximum
• Spaargeld boven de vrijstelling telt mee
• Een indicatie van het CIZ is verplicht
• AOW-keuzes kunnen invloed hebben op de bijdrage
• Goede voorbereiding geeft rust en overzicht
Spectrum Magazine Disclaimer en Aansprakelijkheid
Dit artikel is opgesteld op basis van openbare informatie van onder meer de Rijksoverheid, het CAK, de Belastingdienst, het CIZ en de Sociale Verzekeringsbank. De inhoud is bedoeld als algemene informatie en niet als persoonlijk financieel, juridisch of medisch advies.
Wet- en regelgeving en bedragen kunnen wijzigen. Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Voor persoonlijk advies wordt aangeraden contact op te nemen met een gekwalificeerd financieel adviseur, jurist of medisch professional.

