De salarissen van politici kunnen de komende drie jaar flink stijgen. Dat blijkt uit een nieuw advies aan het komende kabinet. Volgens het voorstel kunnen sommige functies er tot 18 procent bij krijgen.
Het gaat om een gefaseerde verhoging, verspreid over drie jaar. Jaarlijks zou dat neerkomen op ongeveer vijf tot zes procent extra. Voorlopig verandert er niets, want het is een advies en geen besluit.

De plannen hebben betrekking op ministers, staatssecretarissen, Tweede Kamerleden, wethouders en raadsleden. Het kabinet beslist uiteindelijk of het voorstel wordt overgenomen. Tot die tijd blijven de huidige regelingen van kracht.
Content:
Advies van Arpa
Het voorstel is afkomstig van het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers, beter bekend als Arpa. Deze onafhankelijke commissie beoordeelt of de arbeidsvoorwaarden van politieke ambtsdragers nog passen bij hun taken en verantwoordelijkheden.

Volgens Arpa is het politieke werk de afgelopen jaren inhoudelijk zwaarder geworden. Tegelijkertijd is de beloning niet in hetzelfde tempo meegegroeid. Het rapport is inmiddels overhandigd aan het ministerie van Binnenlandse Zaken.
De commissie heeft als opdracht om verhoudingen binnen het openbaar bestuur logisch en toekomstbestendig te houden. Daarbij kijkt zij naar maatschappelijke ontwikkelingen, werkdruk en vergelijkbare functies binnen de publieke sector.
Ministers en topambtenaren
Een opvallend punt in het rapport is het verschil tussen ministers en topambtenaren. Een secretaris-generaal, de hoogste ambtenaar op een ministerie, verdient ongeveer 17.332 euro bruto per maand. Een minister ontvangt circa 16.220 euro bruto per maand.

Volgens Arpa schuurt dat met de bestuurlijke rangorde. De minister is politiek eindverantwoordelijk en legt publiek verantwoording af aan de Tweede Kamer. De commissie vindt dat deze verantwoordelijkheid ook in de beloning zichtbaar mag zijn.
Het doel is om hiërarchie, verantwoordelijkheid en salaris weer beter met elkaar in balans te brengen. Dat zou volgens Arpa bijdragen aan een helder en consistent systeem.
Concrete percentages
De voorgestelde verhogingen verschillen per functie. Ministers en staatssecretarissen zouden er ongeveer 15 procent bij krijgen, terwijl Tweede Kamerleden rond de 12 procent stijging zouden zien.

Op lokaal niveau lopen de percentages uiteen. Raadsleden in kleinere gemeenten zouden ongeveer 10 procent meer ontvangen, terwijl wethouders en raadsleden in grote steden tot 18 procent stijging kunnen krijgen.
Door de verhoging in drie stappen in te voeren, blijven de financiële gevolgen beheersbaar. Bovendien biedt dit ruimte om tussentijds te evalueren.
Politiek als 24/7-functie
Volgens Arpa is politiek steeds meer een functie zonder vaste eindtijd geworden. Bestuurders staan continu in de publieke belangstelling, mede door sociale media en de voortdurende nieuwsstroom.

Reacties uit de samenleving volgen vaak direct en vragen om snelle beantwoording. Dat betekent dat veel politici ook buiten reguliere werktijden actief zijn.
De commissie stelt dat deze constante zichtbaarheid en bereikbaarheid bijdragen aan een hogere werkbelasting. Dat vormt een belangrijk onderdeel van de onderbouwing voor het advies.
Complexe dossiers
De inhoud van het politieke werk is eveneens complexer geworden. Dossiers zoals stikstof en natuurbeleid, klimaat en energie, migratie en integratie, woningbouw, zorg en geopolitieke ontwikkelingen vragen om uitgebreide kennis en zorgvuldige afwegingen.

Veel besluiten hebben langdurige gevolgen en raken grote groepen inwoners. Daarbij spelen juridische, economische en internationale aspecten een belangrijke rol.
Volgens Arpa vraagt deze combinatie van factoren om deskundigheid en verantwoordelijkheid op hoog niveau. Dat rechtvaardigt volgens de commissie een herijking van de beloning.
Beperkte zekerheid
Een politieke functie biedt geen vaste baan voor de lange termijn. Kabinetten kunnen tussentijds stoppen en na verkiezingen verandert de samenstelling van besturen.

Dat betekent dat inkomenszekerheid relatief beperkt is. Na afloop van een ambtstermijn is een volgende functie niet vanzelfsprekend.
Arpa pleit daarom ook voor goede regelingen rond doorstroom naar ander werk. Denk aan begeleiding richting de arbeidsmarkt en duidelijke afspraken over wachtgeld.
Gevoelig moment
Het advies komt op een moment waarop in meerdere sectoren sprake is van loonmatiging. Overheidsbegrotingen worden kritisch bekeken en veel huishoudens merken nog steeds de invloed van prijsstijgingen.

Daarom ligt het onderwerp gevoelig in het publieke debat. Tegenstanders vinden dat politieke terughoudendheid passend is, terwijl voorstanders wijzen op het belang van sterke bestuurlijke kwaliteit.
De commissie benadrukt dat uitstel volgens haar het onderliggende vraagstuk niet oplost. Transparantie over de afwegingen is daarbij belangrijk.
Niet overal een verhoging
Opvallend is dat Arpa niet alleen verhogingen adviseert. Commissarissen van de Koning zouden volgens het rapport niet langer op hetzelfde niveau als ministers moeten worden beloond.

Hun salaris zou meer in lijn moeten liggen met dat van een staatssecretaris. Daarmee wil de commissie bestaande verschillen binnen het bestuur beter op elkaar afstemmen.
Het rapport is dus geen algemene plus voor iedereen. Het gaat om een bredere herijking van functies en beloningslijnen.
Hoe nu verder
Het advies ligt nu bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het nieuwe kabinet beslist of het voorstel wordt overgenomen, aangepast of uitgesteld.

Er is geen verplichting om het advies volledig te volgen. Politieke afweging, draagvlak en financiële ruimte spelen een belangrijke rol in de uiteindelijke beslissing.
Ook gemeenten volgen de ontwikkelingen nauwgezet, omdat de voorstellen directe gevolgen kunnen hebben voor lokale bestuurders.
Waar het debat om draait
De discussie draait uiteindelijk om meer dan alleen geld. Het gaat om verantwoordelijkheid, aantrekkelijkheid van het ambt en het vertrouwen van burgers in het bestuur.

Voorstanders stellen dat een passend salaris helpt om deskundige bestuurders aan te trekken en te behouden. Tegenstanders benadrukken dat maatschappelijke omstandigheden zorgvuldig moeten worden meegewogen.
Het advies van Arpa vormt het beginpunt van deze politieke afweging. De komende maanden zal duidelijk worden welke richting het kabinet kiest en hoe het voorstel verder wordt ingevuld.

