Woede groeit: asielzoekers zouden huizen doorverhuren en flink geld verdienen

Statushouders die via urgentie een sociale huurwoning kregen, blijken die soms toch door te verhuren aan anderen. Daardoor ontstaat een verborgen handel in kamers en studio’s, terwijl de woningmarkt al lange tijd onder grote druk staat.

 

Sociale huurwoningen zijn bedoeld om mensen met een lager inkomen een stabiele woonplek te geven. In Nederland staan veel woningzoekenden jarenlang ingeschreven bij woningcorporaties.

In grote steden kunnen wachttijden oplopen tot meer dan tien jaar. Gemeenten wijzen statushouders soms sneller een woning toe om een goede start in Nederland mogelijk te maken.

De meeste huurders gebruiken hun woning gewoon waarvoor die bedoeld is: om er zelf te wonen. Toch zorgen uitzonderingen voor extra aandacht en maatschappelijke discussie.

Corporaties controleren steeds vaker op bewoning en inschrijving. Ook meldingen uit buurten spelen soms een rol bij het signaleren van onjuiste situaties.

Elke woning die anders wordt gebruikt dan bedoeld, kan invloed hebben op de beschikbaarheid. Het onderwerp raakt veel mensen omdat betaalbaar wonen voor velen een uitdaging blijft.

Daarnaast groeit de roep om meer transparantie in de verdeling van woningen. Gemeenten en corporaties zoeken naar manieren om regels duidelijker te maken en sneller in te grijpen als iets niet klopt.


Advertenties op Facebook

In Arabischtalige Facebook-groepen verschijnen geregeld berichten waarin kamers en studio’s worden aangeboden. De prijzen lopen uiteen van ongeveer 400 euro tot wel 1500 euro per maand.

Op het eerste gezicht lijkt het gewone kamerverhuur, maar vaak gaat het om niet-toegestane onderhuur van sociale woningen. Facebookgroepen worden door veel gemeenschappen gebruikt om snel informatie te delen.

In grote steden is de vraag naar kamers hoog door studenten en starters. Daardoor ontstaan kansen voor mensen die extra inkomsten proberen te krijgen met woonruimte.

Advertenties worden vaak geplaatst met korte teksten en contact via privéberichten. Sommige verhuurders vragen borg of betaling via bekenden.

Het aanbod wisselt snel, waardoor controle moeilijker wordt. De huurprijzen liggen vaak boven de officiële sociale huurgrens.

Dat maakt het aantrekkelijk voor mensen die ruimte willen huren zonder lange wachttijd. Tegelijk lopen onderhuurders risico omdat ze geen officieel huurcontract hebben.

Gemeenten krijgen steeds vaker signalen over online verhuurconstructies. Woningcorporaties volgen deze groepen soms om onjuiste verhuur sneller te ontdekken.

Sociale media spelen zo een steeds grotere rol in de woningmarkt. Dit laat zien hoe digitaal contact ook nieuwe uitdagingen brengt, zeker in een tijd waarin betaalbare woonruimte schaars is.


Ondercover onderzoek AD

Het Algemeen Dagblad deed undercover navraag bij aanbieders. Daarbij bleek dat sommige verhuurders zonder moeite toegeven dat zij zelf niet in de woning wonen.

Ze presenteren zich als normale verhuurders, terwijl ze volgens de regels geen recht hebben om de woning door te verhuren. Undercover onderzoek wordt vaker gebruikt om verborgen praktijken zichtbaar te maken.

Journalisten nemen contact op alsof zij zelf woningzoekenden zijn. Op die manier krijgen zij inzicht in de werkwijze van aanbieders.

Sommige verhuurders reageren direct met prijsafspraken en voorwaarden. Vaak wordt gevraagd om snel te beslissen, omdat de vraag groot is.

Dit soort gesprekken laat zien hoe georganiseerd sommige verhuurpraktijken kunnen zijn. Corporaties gebruiken vergelijkbare methoden bij vermoedens van ongewenst gebruik.

Bij sociale huur is controle extra belangrijk omdat de woningen met publieke middelen worden beheerd. Het AD bracht voorbeelden uit meerdere steden naar voren.

Dat wijst erop dat het onderwerp breder speelt dan één locatie. Tegelijk blijft het om een beperkt deel van de totale voorraad gaan.

Media-aandacht zorgt ervoor dat corporaties sneller maatregelen nemen. Het onderzoek heeft geleid tot nieuwe discussies in politiek en samenleving over eerlijk gebruik van sociale huur.


Verdienen met sociale huur

Een opvallend voorbeeld komt uit Amsterdam. Een Syrische man huurt een studio van woningcorporatie Ymere voor ongeveer 700 euro per maand.

Maar vervolgens verhuurt hij dezelfde studio door voor het dubbele bedrag. Zelf woont hij intussen bij zijn vrouw, die óók een woning kreeg toegewezen.

Dat betekent: twee sociale huurwoningen voor één stel, waarvan één woning extra inkomsten oplevert. Amsterdam kent al jaren een grote druk op de woningmarkt.

De vraag naar kleine studio’s is er bijzonder hoog. Sociale huurwoningen worden verdeeld via vaste regels en wachtlijsten.

Woningcorporaties zoals Ymere beheren duizenden woningen in de regio. Het verschil tussen sociale huur en vrije sector huur kan honderden euro’s per maand zijn.

Dat maakt onderhuur financieel aantrekkelijk voor wie het probeert. Toch is het niet toegestaan en kan het grote gevolgen hebben.

Corporaties kunnen een woning terugvorderen als blijkt dat de huurder er niet woont. Inschrijving op een adres speelt een belangrijke rol bij controles.

Ook energieverbruik en buurtmeldingen kunnen signalen geven. Dit voorbeeld laat zien hoe schaarste soms tot ongewenste constructies leidt.

Tegelijk benadrukken corporaties dat de meeste huurders hun woning correct gebruiken. Het gaat om uitzonderingen die door hun impact veel aandacht krijgen.


Kamer in Maassluis

Ook in Maassluis werd een vergelijkbaar geval gevonden. Daar bood een statushouder een kamer aan voor 500 euro per maand.

Tegelijkertijd hield hij in zijn eentje een woning met drie slaapkamers bezet. Dit soort situaties zorgt voor extra frustratie bij woningzoekenden die al jaren wachten.

Maassluis is een kleinere gemeente, maar ook daar is sociale huur schaars. Veel woningzoekenden staan ingeschreven bij regionale woonnetwerken.

Een woning met meerdere slaapkamers is bedoeld voor gezinnen die ruimte nodig hebben. Als zo’n woning niet passend wordt gebruikt, ontstaat extra druk op de voorraad.

Kamerverhuur kan legaal zijn als het volgens de regels gebeurt en de corporatie toestemming geeft. Bij sociale huur geldt vaak een streng beleid rondom onderhuur.

Corporaties willen voorkomen dat woningen commercieel worden ingezet. Gemeenten werken samen met corporaties om ongewenste verhuur sneller te signaleren.

Ook wordt gekeken naar passende toewijzing van woningen. Dit soort gevallen zijn uitzonderingen, maar ze hebben een groot effect op het gevoel van eerlijkheid.

Inwoners die al lang wachten, ervaren dit als extra lastig, omdat zij afhankelijk zijn van transparante regels en voorspelbare wachtrijen.


Urgentie als voordeel

Statushouders krijgen soms een woning via een urgentieverklaring. Dat systeem is bedoeld om mensen in kwetsbare situaties snel een stabiele basis te geven.

Zonder woning is integratie lastig. Maar juist dat voorrangsrecht wordt in enkele gevallen gebruikt op een manier die niet past bij de bedoeling.

Urgentie wordt toegekend door gemeenten op basis van duidelijke criteria. Het gaat vaak om mensen die niet lang in opvang kunnen blijven.

Een woning helpt bij het regelen van werk, school en zorg. Inburgering en integratie verlopen beter met een vaste woonplek.

Het systeem is bedoeld als ondersteuning, niet als voordeel om geld te verdienen. De meeste statushouders waarderen de kans op een nieuw begin.

Gemeenten proberen daarom beter uit te leggen welke verplichtingen bij een woning horen. Voorlichting in meerdere talen wordt steeds vaker ingezet.

Ook wordt gekeken naar strengere controle na toewijzing. Het doel blijft om eerlijk en menselijk beleid te combineren.

Politiek speelt hierbij ook een rol: draagvlak voor urgentie blijft belangrijk, maar vraagt om vertrouwen dat woningen eerlijk worden gebruikt.


Wat zeggen de regels?

Woningcorporaties zijn helder: sociale huur doorverhuren is niet toegestaan. In de huurovereenkomst staat dat de huurder er zelf moet wonen.

Wie dat niet doet, pleegt woonfraude. Corporaties zoals Ymere, Maasdelta en Havensteder geven aan dat ze hiertegen optreden.

De regels rondom sociale huur zijn vastgelegd in huurcontracten. Bewoning is een basisvoorwaarde voor het behoud van de woning.

Corporaties controleren bijvoorbeeld via huisbezoeken of administratie. Bij twijfel kunnen zij onderzoek starten naar inschrijving en gebruik.

Onderhuur zonder toestemming is een schending van afspraken. Het terugnemen van woningen gebeurt via juridische procedures.

Corporaties moeten daarbij zorgvuldig handelen en bewijs verzamelen. Gemeenten ondersteunen soms bij gegevensuitwisseling binnen de wet.

Het doel is om woningen beschikbaar te houden voor mensen die ze nodig hebben. Sociale huur is een collectief systeem dat draait op vertrouwen.

Heldere communicatie voorkomt misverstanden. Zo blijft de woningmarkt eerlijker voor iedereen.


Rotterdamse cijfers

Volgens Havensteder speelt het onderwerp in Rotterdam in ongeveer 10 procent van de gevallen. De corporatie noemt het wrang dat juist mensen die voorrang krijgen om opnieuw te beginnen, soms de regels overtreden.

Tegelijk benadrukt men dat de meeste statushouders zich wél netjes aan afspraken houden. Generaliseren ligt dus gevaarlijk.

Rotterdam is een stad met een grote sociale huursector. Veel inwoners zijn afhankelijk van corporatiewoningen.

Havensteder beheert een groot deel van de voorraad in de regio. De cijfers laten zien dat het aandacht vraagt, maar niet overal even groot is.

Corporaties willen voorkomen dat het vertrouwen in het systeem afneemt. Daarom wordt ook benadrukt dat de meerderheid zich correct gedraagt.

De discussie gaat vooral over eerlijk gebruik van woningen. Rotterdam werkt met meerdere instanties samen om ongewenste verhuur te beperken.

De stad investeert ook in nieuwbouw om de druk te verlagen. Woonruimte blijft een belangrijk thema in de komende jaren.


Schaarste wordt groter

Elke woning die niet-toegestaan wordt doorverhuurd, verdwijnt feitelijk uit de sociale voorraad. Dat betekent langere wachttijden voor mensen die al jaren staan ingeschreven.

Ook tast het het vertrouwen aan in het urgentiesysteem. Als voorrang voelt als een gratis verdienmodel, neemt het draagvlak af.

Nederland kampt al jaren met een tekort aan betaalbare woningen. De bouw van nieuwe woningen loopt achter op de groei van huishoudens.

Vooral starters en alleenstaanden hebben moeite om iets te vinden. Sociale huur is bedoeld als vangnet voor mensen met een lager inkomen.

Gemeenten en corporaties zoeken naar oplossingen zoals sneller bouwen en beter verdelen. Ook worden tijdelijke woonvormen ingezet om druk te verminderen.

Schaarste maakt dat elke woning telt. Daarom is correct gebruik van sociale huur essentieel voor een eerlijke verdeling.

Ook wordt gekeken naar landelijke maatregelen om woningbouw te versnellen, zodat de druk op sociale huur op termijn minder wordt.


Online handel moeilijk te stoppen

De handel speelt zich vooral online af. Advertenties wisselen snel, afspraken gaan via chat en betalingen gebeuren soms contant.

Dat maakt controle lastig. Dat veel aanbod in Arabischtalige groepen staat, zegt vooral iets over waar deze gemeenschap online samenkomt.

Platforms zouden volgens corporaties beter moeten modereren. Online verhuur is de afgelopen jaren sterk toegenomen.

Digitale platforms maken het makkelijk om snel huurders te vinden. Tegelijk verdwijnen advertenties vaak weer binnen enkele dagen.

Daardoor is toezicht ingewikkelder dan bij traditionele verhuur. Corporaties krijgen soms tips van bewoners of wijkbeheerders.

Ook gemeenten proberen online signalen sneller op te pikken. De snelheid van sociale media vraagt om nieuwe vormen van handhaving.

Onderhuurders lopen risico omdat zij vaak geen bescherming hebben. Samenwerking tussen instanties blijft belangrijk om woningen eerlijk beschikbaar te houden.


Strengere controles nodig

Corporaties pleiten voor vaker en slimmer toezicht. Denk aan betere samenwerking met gemeenten, buurtonderzoeken en sneller ingrijpen bij meldingen.

Dat vraagt wel om zorgvuldigheid, want niemand wil een samenleving waarin iedereen elkaar controleert.

Controle is een belangrijk onderdeel van woningbeheer. Corporaties gebruiken gegevens zoals inschrijving en energieverbruik als signalen.

Gemeenten kunnen ondersteunen door urgentie beter te monitoren. Ook wordt gewerkt aan duidelijke communicatie voor nieuwe huurders.

Preventie is vaak effectiever dan achteraf ingrijpen. Daarom worden regels steeds vaker uitgelegd bij het tekenen van contracten.

Slimme technologie kan helpen bij het opsporen van afwijkende situaties. Tegelijk moeten privacyregels altijd gerespecteerd worden.

Woonfraude aanpakken vraagt om balans tussen controle en vertrouwen. Corporaties willen woningen zo snel mogelijk terugbrengen in de reguliere voorraad.

Ook wordt gesproken over landelijke richtlijnen om toezicht in alle gemeenten gelijker te maken.


Wat gebeurt er bij fraude?

Als woonfraude wordt vastgesteld, kan een corporatie het huurcontract beëindigen. De woning gaat daarna terug naar de wachtlijst.

Voor onderhuurders, die vaak hoge bedragen betalen, blijft meestal weinig over. De boodschap is duidelijk: woonfraude levert op korte termijn geld op, maar pakt uiteindelijk voor iedereen slecht uit.

Het beëindigen van een contract gebeurt via een juridisch proces. Corporaties moeten aantonen dat de huurder niet zelf in de woning woont.

Daarna kan de woning opnieuw worden toegewezen aan iemand op de wachtlijst. Onderhuurders hebben meestal geen rechten omdat zij geen officiële huurovereenkomst hebben.

Gemeenten proberen daarom ook bewustwording te vergroten. Voorlichting helpt om huurders duidelijk te maken wat de regels zijn.

Het terughalen van woningen draagt bij aan eerlijkere verdeling. Corporaties willen dat sociale huur beschikbaar blijft voor wie het nodig heeft.

Handhaving wordt gezien als een manier om vertrouwen te behouden. Tegelijk blijft het belangrijk om nieuwkomers goed te begeleiden in regelgeving.

Uiteindelijk draait het om een woningmarkt die eerlijk en transparant blijft, zodat iedereen die wacht perspectief houdt op een passende woning.

Scroll naar boven